- Wim Kuipers 16 11
2000
-
-
Limburgs idioom
(2)
-
- Een
goed begin is het halve werk
- De baom wurt
gelag
-
- Het idioom van het Limburgs moet
langzaam opgebouwd worden. Hierbij is hulp van gebruikers uiterst welkom.
Gebruikers zijn Limburgers (maar ook anderen) die over hun taal (dialect)
nagedacht hebben, of van mening zijn dat ze het Limburgs goed beheersen.
-
- De Werkgroep AGL heeft nog geen
beslissing genomen hoe het Idiomaticum eruit zal zien. Hoofdkeuze moet zijn:
de trefwoorden alfabetisch rangschikken of thematisch. Dat laatste wil
zeggen: allerlei woorden over de zintuigen bij mekaar, plaatsen, of over het
lichaam, geloof, noem maar op.
- Ook over de juiste vorm moet nog
nagedacht worden. Geven we voornamelijk voorbeeldzinnen, of worden woorden
en uitdrukkingen die niet meteen helder zijn toegelicht? Die beslissingen
kunnen overigens allemaal nog wachten. Wezenlijk dat er gewerkt wordt aan de
ontwikkeling van het Limburgs.
-
- Hier volgt het begin van ons
Idiomaticum - de baom
wurt gelag,
- en we beginnen dus met het woord baom: bodem. Even vooruitlopen: de baom wurt gelag kan een uitdrukking worden. Die is ontleend aan de oogst, aan het zetten van graanmijten (miete of berm). De baom
is hier de bodemlaag, en die moest nauwkeurig gelegd worden, want daar kwam
de rest bovenop. Bovendien was die vaak van stro, omdat de onderste laag
makkelijker rot kon worden. De uitdrukking kan nu dus betekenen: zorgvuldig,
degelijk beginnen met een karwei.
-
- Opmerking. Je hoort plaatselijk
voor baom ook baojem, hier en daar
(Gronsveld bijvoorbeeld) gespeld als boëjem, maar waarom zou je in geschreven taal
niet de samentrekking baom
gebruiken? Die is makkelijker - en krachtiger in al of niet
nieuwe samenstellingen. Voorbeeld: Dae minsj is baomvas: trouw aan zijn principes,
grondbeginselen.
-
- Baom betekent dus bodem, maar niet in de betekenis van: grond, "grond der aarde" zoals v. Dale heel duidelijk zegt. Daar gebruiken we gróndj voor (grónk in enkele plaatstalen). Wie zegt dat in Zuid-Limburg de baomsaort löss is, bezigt een soort Neerlandisme. Ook: veer zien op vraemde baom is geen authentiek Limburgs.
-
- De hoofdbetekenis is uiteraard hetzelfde als in het Nederlands (en het Duits): het onderste deel van allerlei gebruiksvoorwerpen waar je iets in kunt doen (vaten, kruiken, kisten, maar ook een rivier). Voorbeeld: de baom van eine kaetel, van de pöt. Hae drónk het glaas laeg wies op de baom. De baom van die kis is kepot.
- Tweede betekenis: de onderste laag in bijvoorbeeld een kist. Iemand levert een kist appels, mer dae nötterik hauw get sjtein op de baom gelag.
-
- Nou gaan we naar (zeer
vermoedelijk) specifiek Limburgse woorden en uitdrukkingen, zoals baom voor dat deel van een
broek dat de baom
bedekt, de
vot.
- Hae kreeg eine nuje baom in de bóks gezat - een stuk stof, vaak van leer. Hier is uit voortgekomen de bóksebaom: ander woord voor achterste, zitvlak.
- Daen dougeniks kreeg ze duchtig op ziene (bókse)baom.
- Verder: Veer zien dem duchtig aan de baom gegange.
- Dat kan betekenen: hard
behandeld, streng ondervraagd, maar ook: veel gegeten en/of gedronken bij
hem.
-
- Een advies aan mensen die gaan stappen (zoals dat tegenwoordig heet): zorg dat je eine goje baom in het lief hebt: goed wat gegeten tevoren. Heel mooi is, van iemand die uitgehonderd was: ich begin al baom te veule.
-
- Met de bóksebaom heeft hoogstwaarschijnlijk ook te maken (andere verklaringen zijn welkom) het woord bäöme: harde winden laten.
- In het woordenboek van Tegelen
staat dit woord ook. De betekenis zou zijn: een dronken man bij zijn broek
pakken, het kruis tot een knoedel draaien en die dan afsnijden. knippen. Het
moge duidelijk zijn dat we zo'n vermoedelijk uitgestorven grap niet opnemen.
Je kunt er ook niets anders mee.
-
- Hiermee is het woord baom zeker nog
niet uitbehandeld. Er volgt meer. het gaat er hier alleen om een indruk te
geven van wat we onder idioom verstaan.
-
- Opmerking. Het woord baam
hoort misschien ook tot de Limburgse taal. Omdat baom zo'n specifiek woord is, sprak men quasi-Nederlands van baam, zoals met ook muirtjes zei plaats muurkes (verkleinwoord van moere, wortelen).
-
- Wim
Kuipers