Wanneer we het hebben over het in stand houden van ons dierbaar Limburgs dialect en we vragen ons eens serieus af wat we er nu werkelijk aan doen, dan is met de resultaten nog geen blad uit een boek te vullen. Ook wanneer we vragen wat de dialectvereniging Veldeke in haar bejaarde bestaan van bijna 75 jaar nu concreet met resultaat gedaan heeft, kunnen we niets anders ontdekken dan dat het dialectgebruik alleen maar afgenomen is. En dat is niet een probleem van de dag van vandaag, nee al in de jaren 50 publiceerden enkele dialectgeleerden dat het met de dialecten slecht gesteld was en dat er snel maatregelen genomen moesten worden. Ze gaven zelfs aan dat de enige mogelijkheid 'onderwijs' was.
Ik citeer Jo Hansen: "... iedereen die ook maar de eerste beginselen van zijn vak kent, zal weten, dat het kind vanuit zijn eigen omgeving langzamerhand de wereld verkent en dat men het daarbij moet helpen, door het in zijn eigen taal (letterlijk en figuurlijk) naar een volgende cultuurkring te brengen (Nederlands), om het daarna, in die taal, weer naar nog andere kringen te leiden. Het is dus vanzelfsprekend dat de kleuter- en basisscholen vanuit het dialect beginnen."
Onderwijs dus. Bovendien spreekt Hansen de wens uit dat er ooit een Algemeen Limburgs komt. Van enige actie daartoe is geen sprake tot in 1994, het jaar dat de Stichting Dialect- en Cultuuronderwijs Limburg werd opgericht. Zij bouwen verder op deze stelling en op de uitkomsten van het wetenschappelijk 'Kerkrade'onderzoek.
Serieus
Wie zijn taal
serieus neemt, weet dat die alleen kan overleven als deze levend wordt
door-gegeven, d.w.z. laten zien wat je allemaal met die taal kunt. Taal is pas
een taal als ze een grammatica heeft, en literatuur. Op twee uitzonderingen na
zijn de Limburgstalige literaire boeken geschreven in de lokale dialecten, met
een gemiddelde oplage van 200 en die niet het gehele Limburgstalige gebied
bereiken omdat "men het toch niet kan begrijpen", zo herhaalt de
vereniging Veldeke regelmatig: "want de onderlinge verschillen zijn te
groot".
Wie de dialecten eens nader beluistert en eens grondig bestudeert kan niet anders constateren dan dat deze dialecten voor 90 procent overeenkomen, slechts hier en daar een uitspraak-verschil. Maar dat kennen we met het Nederlands toch ook! (We sjien de sjon in de sjee sjinke). Ze hebben samen dezelfde structuur! St DOL nam het initiatief in 1995 om de Limburgse dialecten tot een minderheidstaal te laten benoemen. Zij deed daarbij ook voorstellen in de vorm van rapporten aan de Provincie om onderwijspakketen te realiseren, maar kreeg en krijgt tot op heden geen medewerking, sterker nog alleen maar tegenwerking!
Waar beginnen?
Voor
onderwijs is een bron nodig waaruit geput kan worden. Een woordenboek dus. Een
dat niet alleen de dialectwoorden geeft, maar vooraleerst een lijst van
Nederlands trefwoorden, daarbij ook vervoegingen, verbuigingen en voorbeelden
van hoe een woord of uitdrukking gebruikt wordt.
Voor schrijvers die de taal d.m.v.literatuur doorgeven moet een grote voorraad woorden ter beschikking zijn en is een AGL- woordenboek de meest complete bron om uit te putten.
Taalonderwijs betekent dat je je leert uitdrukken in je eigen taal, dat je die taal niet vermengt met een andere en dat je de eigen structuur van die taal leert kennen, en ook dat je leert dat deze op alle nivo’s te gebruiken is, niet alleen met carnaval. Want taal is communicatie.
Eenheidsspelling
Om een zo groot mogelijk
gebied te kunnen bereiken en om de Limburgse taal in alle facetten te kunnen
onderwijzen is een eenheidsspelling noodzakelijk. De proef is al op de som
genomen en het blijkt dat allerlei franjes en frutsels op letters de taal
onleesbaar maken. Vb ‘biet’ is kroet. Een Limburger leest dit
vanzelf goed. De een leest kroët, de ander kroèt, weer een ander
kroewet, kroat, krwoat etc. Moesten we onderwijs geven in elk uitspraakvorm, dat
is het einde zoek. Lokale dialecten vormen wel vaak het uitgangspunt voor
onderwijs in de laagste groepen, maar een vereenvoudigde spelling is ook daarbij
onontbeerlijk. Nog een voorbeeld. Een literaire uitgave als "Pinokkio"
vraagt om één taal, of zullen we er 550 verschillende versies van
maken...?
De werkgroep AGL heeft de wensen van schrijvers en dialectologen als Hansen in daden omgezet en gewerkt aan een grammatica en een woordenboek. Een basis waarop de Limburgse taal kan overleven, door onderwijs en literatuur op een breed vlak.
Onderwijs in eigen taal en cultuur (OETC) biedt een meertalige opvoeding die in Limburg veel voordelen heeft bij het aanleren van andere, verwante talen als Engels, Duits, Frans en Italiaans.
Verder kijken dan Limburg...
Voor de ontwerpers van het
AGL is het Limburgs meer dan alleen behoud van nostalgie. Zij préfereren
talig opvoeden, taalvaardig maken.
De St DOL heeft ervaring met projecten in het basis- en het voortgezet
onderwijs met alleen maar positieve resultaten. Zij verwacht dat de aanwezigheid
van een AGL, een woordenboek en een grammatica het onderwijs voorziet van
de juiste basis om de Limburgse taal op een serieuze wijze aan de volgende
generaties door te geven.
Leonie Robroek