Een echte taal verdient een echte spelling (1)
Het spellingsdebat is weer open. Op deze site verdedigen we,
als Werkgroep AGL,
onze visie op de Limburgse taal. We gaan niet navelstaren op -
of schoolmeesteren over de spelling van de ''Limburgse variëteiten''. Aan
de hand van voorbeelden gaan we aantonen waarom halsstarrige spellers van die zogenaamde
variëteiten de heilloze weg van complete verwarring en spellingsanarchie blijven
bewandelen. Het zal hier vaak gaan over de AGL-spelling en de zogenaamde Veldeke-spelling
2000.
Wim Kuipers opent het
debat.
Reacties op deze rubriek vindt u
onder: reacties
08 05 2002
.… zwa sjwan hwjer
Waar zijn we mee bezig? De
Raod veur ’t Limburgs heeft al een keer of drie over de/een spelling voor
het Limburgs gepraat. Inderdaad: het Limburgs.
Want de titel van het ontwerp
waarover de hooggeleerde hoofden zich buigen, luidt: Spelling 2000 voor het Limburgs. Het is
een document van streektaalfunctionaris dr. Pierre Bakkes, die zelf ook lid is
van de Veldeke-commissie voor de zogenoemde 'Veldeke-spelling 2000'.
Dat 2000 zien we minzaam aan, maar de kwalificatie HET LIMBURGS, daar houden we de Raod en Pierre Bakkes aan. En zelf zien we liever: de spelling VAN het Limburgs. Dat betekent dat er één
spelling is, voor DE Limburgse taal.
Intussen woekeren de onzekerheid en de gekte verder. Zie de drie woorden die hierboven in de titel staan en huiver. Het zijn woorden uit een gedicht van Jo van Es uit Ulestraten, dat in Dagblad De Limburger verscheen, en ook te lezen is op de site
Tiedsjrif On Line ,van uitgeverij TIC .Zo’n spelling is verder noodzakelijk om journalisten duidelijk te maken hoe ze Limburgse woorden dienen te spellen. Woorden als zate hermeniekes, butemars of Kirchrao. Het
is natuurlijk belachelijk dat dezelfde Limburgse woorden per editie anders
gespeld worden.
En dat betekent in de praktijk: niet voorschrijven hoe je de
klanken die je meent te horen moet weergeven, maar de spelling van woorden voorschrijven. Denk daar eens over na: het schijnt een zeer moeilijke kwestie te zijn – volgens Veldeke. Lees ook het artikel Boodschappenlijstjes in het plat
Van die
afwijkende spellingen hebben we de afgelopen dagen wat voorbeelden verzameld.
Pagina drie editie Maastricht
van Dagblad de Limburger zaterdag 200402. Twee koppen:
Maasbrug wordt Hoeg Brögk
en:
Nieuw bier: 3 Schténg
– drie stenen.
Dat zijn de stenen van het Drielandenpunt bij Vaals. Taalkundig wat andere stenen dan die van het nabije Kerkrade? Want daar is een steen eine sjtee, meervoud sjting. Verdere vraag: waarom moest de Duitse sch weer van stal gehaald worden om de klank /sj/ aan te geven? Geen idee.
Ook geen idee waar die é voor staat. De klinker van bèd en sjtèlle (dat denken wij), of die van café? Of die van het na de korenwolf beroemdste Limburgse dier, Bèr de mosasaurus? Die naam spreek je uit als baer, met de klank van waer
dus. Zo blijft het modderen en vooral: knullig. Want wat heb je aan een spelling
die zoveel vraagtekens oplevert?
En dan hebben we nog – zelfde krant - de uitnodiging voor Willem de Zoveelste en Máxima om deel te nemen aan de Boèrebroëlof.
Ook hier
geldt weer: wat heeft het voor zin een in heel Limburg gebruikelijk en bekend
woord op pakweg dertien verschillende manieren te spellen. Een dergelijke
spelling is inderdad een boerenbruiloft in de pejoratieve betekenis: een bont
allegaartje.
Nog een voorbeeld van de moeilijkheid van spellingen per dorp of stad. Ik – W.K. – was bij de presentatie van een roman over een jeugd in Maastricht, waarbij uiteraard niemand van Veldeke aanwezig was. Ik vroeg de schrijver die pretendeerde hevig Maastrichts te praote, waarom hij
zijn boek niet in het Maastrichts geschreven had.
Dat kan ik niet – was
het antwoord. Ik heb zowat tien minuten met de man gezaagd. Het kwam op het
volgende neer: ik praat Maastrichts, ik denk in het Maastrichts, maar ik kan het
niet schrijven, want dan moet ik elk woord opzoeken.
Dat lijkt
een smoesje, maar het bewijst weer eens te meer dat mensen de zekerheid willen
van een uniforme spelling.
Nou toont alleen al een doorbladeren van de roman aan dat het
waarschijnlijk niet om de spelling van het Maastrichts gaat. De man heeft wat te
vertellen, maar beheerst het Limburgs niet, en denkt dus: dat zal wel aan mijn
Maastrichts liggen.
Zodat we weer eens moeten zeggen: het gaat de Werkgroep AGL niet op de eerste plaats om spelling, maar om de waarde, pracht en kracht van het Limburgs. Daarvoor is een eenheid noodzakelijk, want de Maastrichtse schrijver van bovengenoemde roman zei: wij zeggen geen kalle, maar praote. Dat soort gedoe.
Nogmaals: het gaat ons om één eenduidige spelling voor het Limburgs, punt en uitroepteken uit.
Belangrijk is dat dezelfde klanken in heel de provincie op dezelfde manier gespeld worden. In de instructie bij de Spelling 2000 staat trouwens dat dezelfde klanken in heel het Limburgs op dezelfde manier geschreven worden. En hoe mensen zich ook inspannen om ons wijs te maken dat er drie soorten /ae/ zijn, twee ao’s: dat is onzin. De klank van sjaop, ao jao is de klank van zone en controle. Kleine verschillen doen er niet toe. Je hoort geen /a/ en noch een /o/.
Vinden wij. Vorige week kregen we plots bijval van de streektaalfunctionaris dr. Pierre Bakkes. Dagblad De Limburger citeert: "We werken met tekens en klanken. Als je iets als /ao/ uitspreekt, schrijf je ook ao. Er mogen dan verschillende dialecten in Limburg bestaan, maar die verschillen zijn klein en in tekens te vangen."
Prima. Dat betekent wel dat de spelling oa verdwijnt, ook al zijn er in de voormalige Oostelijke Mijnstreek een paar woorden te vinden die dan precies hetzelfde geschreven worden, hoewel ze een totaal verschillende betekenis hebben. Probleem? Het Nederlands heeft honderden van die homoniemen (de deken bij het gerecht is wat anders dan een deken over een gerecht).
Nog even: wie gaat bepalen welke ao-klanken in de Oostelijke Mijnstreek als ao geschreven dienen te worden, en welke als oa? Ieder voor zich? Zoiets heeft toch weinig met spelling te maken? Wel met een manier van opschrijven.
Hetzelfde
geldt voor de /ae/ van Rowwen Hèze en mosasarus Bèr. Waarom zo
geschreven? Is het de klank van bèd? Nee toch?
En helaas: de geliefde spelling Heële wordt dan gewoon Haele. Why not? Die paar lui in Heerlen die nog Limburgs praten hoor je dat Heële nog wel eens bezigen, maar luister eens naar sjteële. Meestal hoor je een /ae/. Laten we daarom gewoon sjtaele schrijven.
In de Spelling 2000 staat: ook tekens voor klinkers als die uit De Smâkt en kâr
(die binnen het plaatselijk systeem
foneemwaarde hebben!) moeten voorradig zijn. Dat vinden wij ook onzin. Het gaat
hier om een /a/, de /a/ van Nederlands kar. Dat die in Noord-Limburg iets anders
uitgesproken wordt: zal wel. Wij vinden een apart teken daarvoor kwatsj, sorry:
kwâtsj.
Naar aanleiding van Hoeg Brögk: volgens de Spelling 2000 dient dat brök te zijn. Want stel dat je het verkleinwoord als brögkske gaat schrijven: gksk achter mekaar. Een café waar duizenden Maastrichtenaren komen, in Kanne (net Vlaanderen) heet: ’t Brökske – zonder G.
Graag hadden we voor het meervoud van brök de spelling brökge gezien. Dat is logischer naast brök. Bovendien – zo hebben we in Nijmegen geconstateerd – komt de spelling kg
voor niet-Limburgers
iets dichter bij de uitspraak.
Maar ook hier willen we ons neerleggen bij de keuze van Spelling 2000 oftewel Veldeke.
Het is daarom hoognodig dat er een eenheidsspelling komt. Veldeke gruwt daarvan. Dat kan. Maar deugdelijke argumenten zijn er niet, en er valt verder niet over te discussiëren met Veldeke. En dan komt een van onze grootste bezwaren weer naar voren: de Spelling 2000 is opgesteld zonder het raadplegen van SCHRIJVERS , mensen die dagelijks met het Limburgs bezig zijn. Drie van de vier opstellers hebben weinig of geen ervaring met geschreven Limburgs.
Dit was een opsomming van enkele problemen. Wat is jullie mening? Reageer, maar: motiveer ook. En vooral: denk mee. Stuur uw mening, uw op- en aanmerkingen naar: info@limburghuis.nl.
Wim Kuipers