- Veldeke
- Vereniging tot instandhouding en bevordering der Limburgse dialecten en
volkscultuur
- opgericht 26 januari 1926
- aan:
- Provincie Limburg
- De leden van de Statenfracties Van
- CDA
- D'66
- Groen Links
- Nederland Mobiel
- Ouderenunie 55+/SOL
- PvdA
- PNL
- SP
- VVD
-
- Sittard, 26 juni 2000
-
- Betreft: het PNL-voorstel inzake het AGL
-
- Geachte dames en heren,
-
- Enige tijd geleden heeft de PNL een voorstel ingediend aangaande o.a.
het invoeren van een Algemeen Geschreven Limburgs (het AGL).
- De Veldeke-commissie Dialectologie/Taalkunde en de Werkgroep Erkenning
van het Limburgs als streektaal hebben zeer grote bezwaren tegen het
voorstel en de onderbouwing ervan.
- In bijgevoegde teksten hebben zij verkort hun standpunten en hun kritiek
op het PNL-voorstel uiteengezet.
- Voor eventuele onduidelijkheden of nadere uitleg zijn zij te allen tijde
bereid u informatie te verstrekken.
- Hoogachtend,
-
- F. Walraven, voorzitter Veldeke-commissie Dialectologie/Taalkunde
- Schaloenstraat 28
- 6136 CM Sittard
- Tel./fax: 046-4517203
-
- Aan de leden van de Statenfracties van CDA, D'66, Groen Links, Nederland
Mobiel, Ouderenunie 55+/SOL, PvdA, PNL, SG, VVD.
-
- Commentaar op
het PNL-voorstel inzake o.a. het AGL
-
- Met verbazing hebben de leden van de Veldeke-commissie Dialectologie
Taalkunde en de Werkgroep Erkenning van het Limburgs als streektaal kennis
genomen van het PNL-voorstel inzake o.a. de invoering van het A.G.L.
(Algemeen Geschreven Limburgs), te meer omdat op deze kwestie en de
onderbouwing ervan vanuit zowel taalkundig-dialectologisch als
maatschappelijk en politiek standpunt het een en ander valt aan te
merken.
-
- 1. ALGEMEEN
-
- A.Taalkundig-Dialectologisch
- Wat in het bijzonder opvalt, is dat het hele PNL-voorstel elke
wetenschappelijke onderbouwing mist. Ondanks de nogal breedvoerige
uiteenzettingen blijkt uit niets dat de samenstellers op de hoogte zijn van
de huidige wetenschappelijke stand van zaken op dit gebied. Nergens vindt
men een structurele diepte-analyse, nergens vindt men verwijzingen naar
wetenschappelijke standpunten, vakliteratuur, attesten, bronnen.
- Bovendien wordt er uitgegaan van één Algemeen Limburgs,
terwijl de term "het Limburgs" een verzamelnaam is voor de vele
tientallen dialecten in Nederlands- en Belgisch-Limburg met een zeer grote
verscheidenheid aan o.a. klanken. Er bestaat bovendien ook niet
één variëteit Maaslands!
- Tevens wordt nergens overtuigend duidelijk gemaakt waarom een Algemeen
(Geschreven) Limburgs op zo'n korte termijn gerealiseerd en ingevoerd zou
moeten worden. Immers, uit de PNL-tekst blijkt niet dat de samenstellers op
de hoogte zijn van de vakliteratuur uit de taalsociologie. Daarin wordt
namelijk overduidelijk aangetoond welke complexe, langdurige en moeizame
processen gepaard gaan met de vaststelling en invoering van zo'n algemene
taal, zelfs uitgaande van de idee dat eenieder zo'n algemene taal wil. (Zie
hiervoor de baanbrekende studies van J. Fishman en P. van der Planck)
-
- In het PNL-voorstel wordt voorbijgegaan aan het feit dat de dialecten in het bijzonder spreek-talen zijn. Er wordt
relatief weinig geschreven en als dit het geval is, dan gebruikt de auteur
liefst zijn eigen dialectvariant. De vraag vanuit de basis naar een soort
Esperanto-Limburgs (het AGL) is tot op heden nog nooit gesteld.
-
- B. Maatschappelijk
- Het invoeren van een Algemeen (Geschreven) Limburgs zou, zo het al
gewenst zou zijn, moeten kunnen rekenen op een breed maatschappelijk
draagvlak: politiek, taalkundig, cultureel en literair.
- Slechts als er geruime tijd een aantoonbaar breed maatschappelijk
draagvlak voor het AGL zou bestaan, zou het vaststellen en het invoeren
overwogen kunnen worden. Daarbij dient men zich wel te realiseren met welke
problemen men geconfronteerd gaat worden. Naar enige noodzaak voor een breed
draagvlak wordt in het PNL-voorstel in het geheel met verwezen.
- Frappant is het in dezen dat de PNL geen enkel contact heeft gezocht met
Veldeke Limburg, de grootste vereniging op het gebied van de
dialectbevordering in het hele Nederlandse taalgebied en het aangrenzende
Rijnland. Zij immers heeft wel een zeer breed maatschappelijk draagvlak
(± 3500 leden) en bovendien beschikt zij over een zeer grote
euregionale taalkundig-dialectologische expertise.
-
- C. Politiek
- Hoewel de Staten uiteraard hun eigen verantwoordelijkheid hebben, zou
aanvaarding van het PNL-voorstel toch tot een merkwaardige situatie leiden.
- Immers, aanvaarding impliceert een AGL voor het gehele Limburgse
taalgebied, d.w.z. het Limburgs der beide Limburgen, zonder dat daarvoor
inhoudelijk overleg tussen de beide provincies heeft plaatsgevonden. De
Staten van Nederlands-Limburg zouden dan tevens een m.o.m. bindende
uitspraak doen over de (streek-)taalsituatie in Belgisch-Limburg. Dit in
tegenstelling tot de aanvraag voor de erkenning als streektaal (Status II),
die alleen kon en mocht gelden binnen Nederland.
- Een gemeenschappelijk standpunt in een dergelijke kwestie lijkt ons een
noodzakelijke voorwaarde vóórdat er ook maar verder gesproken
kan worden over een mogelijke invoering van een A(G)L.
-
- Samenvatting
-
- Gezien het feit
- - dat de noodzaak tot invoering van een AGL, een daarbij behorend nieuw
woordenboek en een nieuwe spelling in het geheel niet zijn aangetoond;
- - dat de taalkundig-dialectische onderbouwing uitermate zwak en
oppervlakkig is - en op zeer veel plaatsen zelfs onjuist -; - dat er geen
breed maatschappelijk draagvlak is;
- - dat het politiek met gewenst is, omdat de Limburgse dialecten in hun
algemeenheid over de staatsgrenzen heen gaan en aanvaarding van het
PNL-voorstel de facto ook voor Belgisch-Limburg zou gelden,
- zijn wij van mening dat het gehele PNL-voorstel inopportuun en
ondoordacht is. Immers, een visie, zoals verwoord in het PNL-voorstel, biedt
geen enkel perspectief voor een modern, gezond en evenwichtig beleid met
betrekking tot de instandhouding en bevordering van onze dialecten, niet
voor het heden en ook niet voor de toekomst.
-
- II. SPECIFIEK
- Een kleine selectie uit de vele punten van kritiek op dit
PNL-voorstel.
-
- 1. Ripuarisch
- De PNL steunde in 1996 het voorstel van de Provincie inzake de erkenning
van het Limburgs, status II. Dit voorstel omvatte alle dialecten in
Nederlands-Limburg die in deze provincie samen het Limburgs vormen, dus ook
het Ripuarisch (o.a. Kerkrade e.o.). Thans wordt dit standpunt door de PNL
in haar voorstel zonder één argument verlaten, want zij rekent
deze dialectgroep nu niet meer tot het Limburgs.
-
- 2. Maaslands
- Het ultgangspunt in het voorstel van de PNL is het Maaslands, wat dit
dan ook zou mogen zijn. Het Ripuarisch wordt al door de PNL uitgesloten,
maar wat te zeggen van de dialecten ten noorden van Venlo of die ten westen
van Hasselt, dialecten die sterk van het Maaslands afwijken. In het
PNL-voorstel wordt er met geen woord over gerept.
-
- C. Taalvisie
- De PNL-tekst ademt de sfeer van de 19e-eeuwse romantische,
nationalistische visie op taal en verwijst geen moment naar de moderne
algemeen aanvaarde opvattingen over (streek-) taal, zoals die o.a. verwoord
zijn in het "Advies inzake de erkenning van het Limburgs als
streektaal."
-
- 4. Spelling
- Ook breken de samenstellers een lans voor een nieuwe spelling, overigens
zonder dit ook maar enigszins overtuigend aan te tonen. Hun standpunt dat de
bestaande Veldeke-spelling (overwegend) fonetisch zou zijn in plaats van het
gangbare fonologische principe, is ten enenmale onjuist. Ook o.a. het
Gronings en het Drents gebruiken een spelling die opvallende overeenkomsten
vertoont met de Veldeke-spelling. (zie hiervoor o.a. Dialectenboek 4 van de
Stichting Nederlandse Dialecten)
-
- 5. De Raad voor het Limburgs
- PNL pleit voor het instellen van een Raad voor het Limburgs, die zou
moeten bepalen wat wel of geen goed Limburgs zou zijn: normatief dus.
- Ze kritiseert echter het beleid van de Nederlandse Taalunie, terwijl ze
tegelijkertijd een Limburgse variant van deze Taalunie in het leven wil
roepen: de Raad voor het Limburgs.
-
- 6. Status II
- Status II van het Limburgs volgens het Europees Handvest.
- Het Limburgs is in 1997 officieel als streektaal erkend volgens de
termen van deel II van het Europees Handvest op grond van een uitvoerig en
deskundig "Advies inzake de erkenning van het Limburgs als
streektaal".
- Met geen woord wordt er door de PNL over dit Advies gerept.
- PNL komt trouwens met adviezen en verplichtingen die vallen onder een
erkenning volgens de termen van deel III van het Handvest.
-
- 7. Woordenboek
- In het PNL-voorstel wordt gepleit voor het samenstellen van een nieuwe
Diksjonaer van de Limburgse Sjpraok vergelijkbaar met o.a. de Duitse Duden
en dat op korte termijn vóór 2001!
- Blijkbaar heeft de PNL er geen idee van hoe omvangrijk en langdurig de
samenstelling van een woordenboek is. Overigens is het nog maar de vraag of
hieraan wel behoefte is. Wat trouwens ook merkwaardig is dat de PNL met geen
woord rept over het standaardwerk het Woordenboek van de Limburgse Dialecten
(het W.L.D.)
-
- 8. Taalkundige onjuistheden
- Om de bijzondere positie van het Limburgs aan te tonen verwijzen de
samenstellers naar de unieke positie in het verleden, waarbij hoogst
merkwaardige uitspraken niet worden geschuwd.
- Enkele voorbeelden:
- Blz. 14: De Limburgse taal is (in de loop van de eeuwen) intact
gebleven.
- Commentaar: elke levende taal blijft niet intact, maar maakt een
ontwikkeling door en verandert dus.
- Blz. 16: Het Limburgs is een van de oudste nog intacte talen van
Europa.
- Commentaar: geheel nieuwe visie; in de hele vakliteratuur is nergens een
dergelijke uitspraak te vinden.
- Blz. 17: "De Limburgse taal is een A-taal, die door de eeuwen heen
stabiel is gebleven en uit haar eigen voorraad taaleigen woorden voor nieuwe
begrippen kan vormen. Het Nederlands daarentegen is een B-taal.
- Commentaar: ook deze stelling is geheel onjuist. De samenstellers
blijken ook hier niet op de hoogte te zijn van historische
taalontwikkelingen en taalprocessen.
-
- 9. Limburgs-Middelnederlands
- Volgens de PNL zou een Limburger zonder veel moeite met een Middeleeuwer
kunnen communiceren (blz. 17)
- Commentaar: de samenstellers blijken niet echt op de hoogte te zijn van
het Middelnederlands. Communiceren in deze twee verschillende taalsystemen
zou in werkelijkheid absoluut onmogelijk zijn. Probeer maar eens het werk
van Henric van Veldeke te lezen (tweede helft 12e eeuw) zonder een gedegen
kennis van het Middelnederlands! Overigens, het Middelnederlands is een
verzamelnaam voor Limburgse, Brabantse en Vlaamse dialecten. Een Algemeen
(Geschreven) Middelnederlands heeft nooit bestaan.
-
- 10. Foutieve bronnen
- - De kaart op blz. 30 is een gewijzigde kaart: in de PNL-versie wordt de
ik / ich-linie (de zg. Uerdinger-linie) aangeduid als de
"Benrader-linie."
- De oorspronkelijke en correcte kaart is opgenomen in "Volkskultur
an Rhein und Maas" 3 / 96, pag 45. Een kopie van deze kaart is
bijgevoegd.
- - zie ook het bijgevoegde "Sermoen" (bijlage), dat volgens de
samenstellers is geschreven in een spelling die ook nu zonder moeite kan
worden gelezen.
- Commentaar: De versie die in de nota is opgenomen, is echter niet de
originele. Die staat o.m. afgedrukt in het Maastrichtse woordenboek van Kats
(blz. 550 e.v.) en vertoont
- een veel grotere afwijking van spelling dan in de nota gesuggereerd
wordt.
-
- F. Walraven, voorzitter Veldeke-commissie Dialectologie Taalkunde,
docent Nederlandse taal- en letterkunde, Trevianum, Sittard
-
- Mede namens
- Dr. P. Bakkes, dialectoloog, docent Nederlandse taal- en letterkunde,
Fontyshogeschool Sittard
- Drs. R. Belemans, wetenschappelijk medewerker Dialectologie Katholieke
Universiteit Leuven, Mederedacteur van het Woordenboek- van de Limburgse
Dialecten (W.L.D.)
- Dr. H. Crompvoets, dialectoloog Katholleke Universiteit Nijmegen
mederedacteur van het W.L.D.
- Prof Dr. J. Th.Leerssen, hoogleraar Moderne Europese Letterkunde
Universiteit Amsterdam
- Drs. T. van de Wijngaard, wetenschappelijk medewerker dialectologie,
Katholleke Universiteit Nijmegen, Mederedacteur van het W. L.
D.