Dagblad de Limburger 03 05 2002
Vijfentwintig gelukkigen kregen vorige week in Grathem een diploma uit handen van gedeputeerde Martin Eurlings (CDA, Cultuur) omdat ze met goed gevolg de cursus 'Limburgs laeze en sjrieve' hadden afgerond.
Boodschappenlijstjes in het plat
Susan Jöris
GRATHEM - Een Groninger heeft niets aan de cursus 'Limburgs laeze en sjrieve'. Een buitenlander ook niet. De cursus is namelijk niet bedoeld voor 'buitenstaanders' die het Limburgs machtig willen worden. "De lessen zijn bedoeld voor mensen die zijn grootgebracht met het Limburgse dialect, in welke vorm dan ook', vertelt docent Pierre Bakkes. "Iemand die er handig in is, kan na de cursus elk soort Limburgs schrijven.'
Bakkes leert Limburgers om in hun
eigen dialect te lezen en te schrijven. Hij doet dat via de basisregels van
dialectvereniging Veldeke. "Ieder dorp en stad in Limburg heeft een eigen
dialect. Maar er is een aantal basisregels voor de schrijfwijze. We werken met
tekens en klanken. Als je iets als ao uitspreekt, schrijf je ook ao. Er mogen
dan verschillende dialecten in Limburg bestaan, maar die verschillen zijn klein
en in tekens te vangen. Verder lezen we Limburgse literatuur en vertel ik wat
over de politiek.'
Wat Bakkes dus niet doet, is mensen het dialect
aanleren. "De meeste Limburgers leren het dialect van hun streek als eerste
taal. Om te spreken. Maar ze worden gealfabetiseerd in het Nederlands, schrijven
en lezen dus. De meeste Limburgers zijn de schrijfwijze van hun eigen dialect
niet machtig en velen vinden dat een tekortkoming.' Die tekortkoming voelde
Yvonne Denessen (50) uit Wessem ook. Zij ontving het diploma van beginner.
"Ik kan mezelf het makkelijkste uitdrukken in mijn eigen dialect', legt ze
haar beweegredenen om de cursus te volgen uit. "Daarin kan ik mijn
gevoelens beter kwijt. Maar als ik iemand een kaartje wilde sturen, wist ik niet
zo goed hoe ik woorden in het Limburgs moest spellen.', lacht de
Wessemse.
Roermondenaar Giel Tulfer heeft wat meer moeite om het
Roermonds dialect over te brengen op de jeugd. "Mijn oudste kleinzoon is
daar niet in geïnteresseerd', zegt de 83-jarige. Om er daarna als een soort
excuus aan toe te voegen; "Maar die is dan ook advocaat.'
Tulfer
ontving het diploma voor gevorderde. "Waarom die cursus?', vraagt de
senior. "Omdat je nooit te oud bent om te leren. Ik vond het ook leuk om te
doen. Ik heb veel werkstukken geschreven, verhalen van Simon Carmiggelt vertaald
in het Roermonds.'
Waar gebruikt Tulfer zijn nieuwverworven kennis voor?
"Boodschappenlijstjes.' Pardon? "Ik schrijf mijn boodschappenlijstjes
in het Roermonds dialect. Zo staat er vandaag op dat ik ries en bloodwórs
moet kopen, rijst en bloedworst. Waarom een lijstje in het Roermonds? Gewoon,
omdat ik dat leuk vind.'