Paul Prikken / Dagblad De Limburger 08 06 2000/ Opinie
 
Limburgs een officiële schrijftaal? Onzin, vindt Paul Prikken, die samen met Wim Kuipers het initiatief genomen heeft om een 'schrijfbare' en voooral leesbare streektaal samen te stellen.
 
Bestaat het Limburgs of is het 'schele kal in een lege zak'?
 
Zich erg vergissen dat is in het Limburgs "zich vies verdaole" . Dat is eigenlijk wat er op dit moment gebeurt in de discussie, het 'moelegevech ', om het Limburgs zogenaamd als officiële schrijftaal in te voeren.
 
Even een stukje geschiedenis. Meer dan tien jaar geleden lanceerde Limburger-journalist en dialectschrijver Wim Kuipers het idee dat er misschien wel eens een Algemeen Geschreven Limburgs (AGL) moest komen. Kuipers had daarbij geen officiële taal voor ogen, maar een taal die door het gros van de Limburgers gelezen en misschien wel geschreven kon worden.
De onderbindel van Kuipers bezorgdheid was simpel: als je er niet voor zorgt dat er een geschreven neerslag van deze oude Frankische spreektaal komt, dan gaan woorden, uitdrukkingen en zinsbouw onherroepelijk verloren.
Ik vond dat Kuipers daarmee een goed initiatief 'in het garen had gehangen' . Door de jaren heen zijn we samen aan de slag gegaan om een inventaris van het Limburgs te maken, die dan in een bruikbare spelling opgeschreven wordt. Dat AGL is er dus om de meubelen te redden uit een brandend huis. Want het Limburgs dat men nu nog hoort is eigenlijk 'ram aafgebrend' . Het is 'sjotelwater' , een dunne spoeling van de levendige en beeldrijke Nederfrankische spreektaal, die het gevecht met officiële talen zoals het Nederlands, het Hoogduits en het Frans, verloren heeft.
 
Dat is misschien niet erg, 'det is mer ein roet oet ei vinster' . Alleen zijn er zonderlingen, 'audvraensje' kelderslakken, die het wel erg vinden als talen verloren gaan. Deze 'audvraensje' (wat letterlijk oud-Frankisch betekent) zijn bijvoorbeeld Nederlandse taalkundigen, die in de Himalaya de laatste Nepalese dialecten gaan opschrijven. Of professoren aan de universiteiten van Nijmegen en Leuven, die er hun vak van gemaakt hebben. Of de grootste dialectvereniging van beide Limburgen, Veldeke, waarvan duizenden leden vinden dat het Limburgs toch op een of andere manier bewaard moet blijven.
 
Maar, het Limburgs gaat 'loupentaere' achteruit. Dat geldt trouwens niet alleen voor het Limburgs, maar ook voor het Nederlands, dat hopeloos in het achterschip van de Europese talen geraakt is. De vraag of je een taal met haar kenmerken moet bewaren, hoeft dus niet voor het Limburgs gesteld te worden, maar voor alle kleine taalgemeenschappen in het algemeen.
Het Nederlands, Deens of Grieks zal nooit de officiële taal van de Europese Unie worden. Die trein is allang voorbij.
Kleine talen zitten allemaal in hetzelfde schuitje. 'Ze zitte allemaol in de pitsj' want er komt niets meer bij, er gaat alleen maar af.
Daar kun je niks aan doen met een 'officiële' status. Wie iets verplicht wil bewaren, jaagt de mensen in het harnas.
Een officieel Limburgs zal even graag gezien zijn als een varken in een Jodenkeuken. Daar wil niemand aan, ook Wim Kuipers niet. Want dan had hij het 'winjelkindj' wel OGL gedoopt en niet AGL.
 
Een Algemeen Geschreven Limburgs is géén Officieel Geschreven Limburgs. Ik denk dat er maar weinig mensen van gediend zullen zijn als de toelichting bij het belastingformulier in het Limburgs gesteld is. Zelfs de grootste Limburgse chauvinist zal aarzelen als hem een verzekeringspolis in het Limburgs aangeboden wordt. Voorstanders van Limburgse huwelijkscontracten, Limburgse bouwvergunningen, Limburgse gemeenteraadsbeslissingen gaan volgens mij een periode van grote rechtsonzekerheid tegemoet.
 
Daar gaat het niet om, 'zo döl hoof het neet gedreve te waere'.
Algemeen Geschreven Limburgs dat moet helder water zijn uit een oude bron. En misschien, heel misschien kunnen deze oude woorden en uitdrukkingen een frisse bijdrage leveren aan de Nederlandse taal, waar de armoede toch al troef is.
Maar... "Me kèn gein water haole oet einen dreuge pöt" . Daarom moet dat Limburgs opgeschreven worden. Daarom gaan we het in het najaar op Internet zetten, zodat iedereen in de discussie kan meedoen en natuurlijk ook een bijdrage aan dat AGL kan leveren.
Van uitstel komt anders afstel, dan gaan we dat Limburgs 'in het versjleip trèkke' en dan wordt Limburgs officieel wat het nu vaak al is: Nederlands dat met Limburgse klanken uitgesproken wordt. Nederlands met een spraakgebrek dus, en voor velen het bewijs dat Limburgs niet bestaat.
 
Dao geit väöl sjaele kal in eine laege zak, mer ich gaon hie neet moelevechte euver de vraog of het Limburgs besjteit.
Een woord bestaat, voor die het verstaat. Zolang ik bij de slager 'sjènk' bestel en de man me geen worst levert, bestaat dat woord.
Er is dus toch nog hoop voor het Limburgs.
Het ènj van ei verke is het begin van ein woosj , zeggen ze hier in Limburg. Het einde van een varken is het begin van een worst.
Waarmee de volkswijsheid aangeeft dat er toch nog een goede kant zit aan deze dramatische wending in het leven van een varken.
Ik vind deze Limburgse uitdrukking mooier dan de Nederlandse 'een geluk bij een ongeluk' of de Engelse 'every cloud has a silver lining'.
 
Paul Prikken
 
Paul Prikken is vertaler. Hij schrijft een dialectrubriek in onze editie Sittard-Geleen en verzorgt een wekelijkse taalrubriek bij L1-radio. In 1995 publiceerde hij een algemeen Limburgs woordenboek 'de Taal van de Maas', dat aan de basis ligt van het AGL, het Algemeen Geschreven Limburgs.