Paul Prikken / 21 06 2000 bijdrage aan de pagina 'Opinie', Dagblad de
Limburger' / Werd niet geplaatst 'omdat er al zoveel over het AGL verschenen
was'
Limburgs:
leuker kunnen we het niet maken... wel
makkelijker
De fracties van de Limburgse Provinciale Staten hadden hun
twijfels over een Limburgse schrijftaal, zoals die door de PNL (Partij Nieuw
Limburg) gepresenteerd werd. De PNL kwam 'sjmaal van de reis' maar kreeg
toch een voet tussen de deur.
De provincie heeft immers enkele jaren geleden het Limburgs
als streektaal erkend en zal dus toch A en B moeten
zeggen...
Eigenlijk zou iedereen, die nog de term 'officieel Limburgs'
in de mond neemt, een pak slaag moeten krijgen.
Het Limburgs is geen officiële taal en hoeft dat niet te
worden. Limburgs is een oude (Frankische) tak van het Nederduits, een
spreektaal waaruit ook het Nederlands ontstaan is.
Dat Limburgs, waarmee sommigen zo 'sjtense', telt hooguit
15.000 bruikbare originele woorden. Dat is niet slecht, zelfs beter dan het
Fries, maar absoluut onvoldoende om een volwaardige taal te maken. Daar heb
je 60.000 tot 100.000 woorden voor nodig. Nu zouden de Limburgers ook kunnen
doen wat de Friezen doen, namelijk een Nederlands woord nemen en dat
'verfriezen' of in ons geval 'verlimburgsen'. Dan krijg je van die malle
woorden zoals 'kilowattoer' of 'voortuug' (is dat een voertuig of een tuig
dat gevoederd moet worden?).
De Friezen hebben daar hun bezigheid aan. Dat betekent echter
nog niet dat Limburgers in dezelfde geldverslindende 'leefhöbberie'
moeten vervallen.
Verstandige Limburgers hebben liever goed Nederlands dan
slecht Limburgs. Maar dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat de provincie
niks kan doen om de originele Limburgse woordenschat te behouden, ja zelfs
van de ondergang te redden. Een Algemeen Geschreven Limburgs op basis van
overeenkomsten, woordgebruik én synoniemen uit de verschillende
dialecten is daarvoor een instrument. Een nuttig hulpmiddel voor de
schrijver, toneelauteur of liedjesmaker, die nu hun woordenschat moeten
halen bij de overlevende 'tantemem' of de
'hiernònk'.
Het is nogal riskant om het voortbestaan van de streektaal
over te laten aan de kwaliteit van de bejaardenzorg. Er ligt toch al meer
Limburgs op het kerkhof dan er in de boeken staat. Ook met de aanstelling
van een provinciale 'streektaalfunctionaris' zal de levensverwachting van de
Limburgse dialectsprekers er niet spectaculair op
vooruitgaan.
Daar
heeft de PNL natuurlijk gelijk: wat doe je met een functionaris zonder
streektaal? Je kunt zo'n man of vrouw toch niet op een
kantoortje in het Limburgs Museum in Venlo zetten om er door het raam te
kijken naar een streek zonder taal.
Het is dus wenselijk dat de functie van de functionaris eerst
ingevuld wordt, zodat die functionaris ook kan functioneren. Daarvoor heeft
die functionaris in de eerste plaats een 'functionerende' streektaal
nodig.
Het is nochtans heel simpel. Onder het motto van de
belastingdienst 'leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker' worden
authentieke dialectwoorden, spreekwoorden en zinswendingen in een eenvoudige
spelling opgeschreven en dus voor iedereen bereikbaar en toegankelijk
gemaakt.
Zo kan Limburgs toch nog verrassend en boeiend worden. Neem nu
een woord als 'scheef' of 'krom'. In Limburg kennen we daar ook nog het
oudere 'scheel' voor. 'Naat hout kèn sjael
trèkke'.
In Helden hebben ze nog het prachtige en veel oudere Germaanse
'wings': 'wingse bein', kromme benen.
Het gaat snel achteruit, maar er is nog taal genoeg om die
Limburgse streektaal te stofferen in de plaats van er krom Nederlands van te
maken. 'Wings Holles', zouden ze in Helden zeggen.