10 10 2000 / Brief van de werkgroep AGL aan het College van Gedeputeerde Staten
i.v.m. "De Raad voor het Limburgs"
   
Provincie Limburg
aan het College van Gedeputeerde Staten
Postbus 5700
6202 MA Maastricht
 
Betreft: Raad voor het Limburgs / Deelname van de werkgroep AGL
 
Sittard, Maastricht, 10 oktober 2000
 
Geacht college,
Op de vergadering van Provinciale Staten op 9 september l.l. werd ondermeer besloten tot de oprichting van een Raad voor het Limburgs.
Omdat wij ieder constructief initiatief voor de Limburgse taal steunen, zijn wij uiteraard voorstanders van zo'n raad. Wij hopen dat hiermede eindelijk een einde komt aan de minimalistische en zelfs negatieve opstelling tegenover de Limburgse taal, waarop vele initiatieven tot op heden gestrand zijn. Het wordt immers hoog tijd dat de Limburgse taalcultuur professioneel wordt aangepakt.
Onze argumenten voor onze deelname aan en vertegenwoordiging in deze Raad voor het Limburgs zijn de volgende:
 
1. Continuïteit
Wij vertegenwoordigen geen nieuwe strekking maar zijn blijkbaar thans de enigen, die het idee van een overkoepelende Limburgse taal daadwerkelijk hebben opgenomen.
Ter verduidelijking voegen we hierbij een kopie van krantenartikels die veertien jaar geleden in tempore non suspecto (25 januari 1986) verschenen zijn, waarin de toenmalige Veldeke-voorzitter mr. drs. P. Houben en Veldeke-redacteur P. Bakkes reeds pleitten voor een 'overkoepelend Limburgs' (zie bijlage).
 
2. Vertegenwoordiging van alle strekkingen in de Limburgse taalcultuur
Aangezien de woordvoerder van het CDA bij het debat over het initiatiefvoorstel opmerkte dat "de raad een afspiegeling moet zijn van onze Limburgse taalwereld", vertegenwoordigt de werkgroep AGL de mensen die streven naar een zekere standaardisering. Dat zijn vooral schrijvers, columnisten, radio- & televisiemensen, theatermakers en iedereen die de Limburgse taal op een breder podium dan zijn eigen plaatselijke gemeenschap gebruikt.
Deze standaardisering is overigens ook noodzakelijk genoemd in het advies da de Nijmeegse hoogleraar prof. dr. R. van Hout uitbracht over het initiatiefvoorstel van de PNL.
 
3. Onze ervaring, deskundigheid en documentatie
Als argument tegen ons initiatief is vaak de rijkdom van meer dan 550 verschillende dialecten aangevoerd.
Welnu: de leden van onze werkgroep verzamelen lexicon én idioom uit al deze dialecten zonder onderscheid. Wij zijn in het bezit van waarschijnlijk de omvangrijkste gegevensbank van de Limburgse taalrijkdom. Wij willen daarmee het WLD (Woordenboek van de Limburgse Dialecten) niet naar de kroon steken.
Onze opzet is immers anders dan die van de socio-lingustiek.
Ons is het om het taalgebruik, de taalrijkdom én het taalbehoud te doen, niet om de verklaring, archivering noch om de (territoriale) afbakening van verschillen in terminologie.
 
4. Ons draagvlak
Wij hebben niet gewacht op de politiek noch op subsidies om de hand aan de ploeg te slaan. Wij hebben de spellingsregels klaar, een woordenboek met meer dan 30.000 trefwoorden, een grote verzameling idioom en zegswijzen, een grote verzameling Limburgse spreekwoorden, en nog meer... inclusief de computerprogramma's en zelfs spellingcontrole om de Limburgse taal met moderne tekstverwerkingstechnieken te kunnen toepassen en verspreiden.
Wij hebben deze voorsprong o.m. kunnen verwerven door samenvoeging van de privé-archieven, die enkele leden van de werkgroep (Leonie Robroek, Paul Prikken, Wim Kuipers) over een lange tijdspanne hebben aangelegd. Verder hebben tal van mensen ons gratis en belangeloos hun eigen verzamelingen en aantekeningen ter beschikking gesteld, met de uitdrukkelijke wens deze in een overkoepelend taalinitiatief op te nemen. Deze spontane toevoer van plaatselijk idioom kwam reeds op gang ten tijde dat Wim Kuipers zijn wekelijkse taalrubriek 'de Letterbak' in dagblad De Limburger verzorgde. Na de publikatie van eerste Algemeen Limburgs Woordenboek 'de taal van de Maas', van Paul Prikken, in 1984, oordeelden steeds meer Limburgers dat hun eigen plaatselijk taalgebruik een plaats verdiende binnen de overkoepelende streektaal. De werkgroep AGL wordt dus ten onrechte afgeschilderd als een 'clubje van enkelingen'. Onze gegevensbank en ons 'draagvlak' groeit nog gestaag door de bijdragen van mensen, die anders geen uitweg of medium vinden voor de verspreiding van de taalverzameling, die ze met veel liefde hebben aangelegd.
 
Conclusie
Wij zijn dus geen 'taaluitvinders van een soort Limburgs Esperanto', maar geven deze mensen en hun plaatselijke taal een podium. Het kan dus niet zo zijn dat de provincie ons initiatief en de bijdragen van deze Limburgse mensen minimaliseert en vervolgens laat (of gaat) overdoen door met belastinggelden subsidies te verstrekken aan partijen die nu plots wél geïnteresseerd blijken te zijn in de samenstelling van een overkoepelend Limburgs.
Wij menen dus, dat wij als samenstellers van het eerste Algemeen Limburgs Woordenboek een sterke vertegenwoordiging in deze Raad verdienen.
Een Limburgse taalstrijd, waarvoor deputé Martin Eurlings vreesde, wordt niet door ons gezocht. Wij betreuren het als we deze toch zouden moeten voeren, indien de provincie voorbij mocht gaan aan onze uitgangspunten.
Wij hebben overigens de publikatie van onze spellingsregels en ons woordenboek tot op heden keer op keer weer uitgesteld, omdat wij van oordeel zijn dat de huidige polarisering van de standpunten binnen de Limburgse taalcultuur bijzonder onvruchtbaar is.
 
Maar wij mogen van onze kant dan ook verwachten dat de strekking, de stroming én de taalverzamelaars die wij vertegenwoordigen au sérieux genomen worden.
Een beetje meer ernst en respect voor de Limburgse taal lijkt ons dringend gewenst.
Want wij zien heden dinsdag 10 oktober 2000 dan weer in een paginagrote advertentie van de krant 'De Limburger' dat de provincie de Limburgse 'bierviltjessector' kamerbreed steunt.
Het moge duidelijk zijn dat de werkgroep AGL een grondige hekel heeft aan dit cafésfeertje, waarbij de indruk gewekt wordt dat de Limburgse taal alleen maar goed is om op bierviltjes te figureren.
Onnodig te zeggen dat het Limburgs imago daarmee nog dieper zakt dan het al gevallen is.
 
Hoogachtend,
Namens de Werkgroep AGL
 
Paul Prikken
Voorzitter
Bijlagen: 2, fotokopies uit Dagblad 'De Limburger' (25 januari 1986)