Het heeft even geduurd, er is heftig over gediscussieerd, maar de knoop is toch doorgehakt. Pierre Bakkes (59) uit Roermond wordt de eerste provinciale streektaalfunctionaris. Zijn opdracht: de belangstelling voor de Limburgse taal stimuleren. Hoe stelt hij zich dat voor?
Plaatsnaamborden ook in het dialect? Waarom niet?'
Door Guus Urlings
ROERMOND "Alles wat de status van het Limburgs kan verhogen.' Dat is, vat Pierre Bakkes dik twee uur praten uiteindelijk in één zin samen, zijn opvatting van wat een streektaalfunctionaris moet doen.
"Mensen wijzen op wat er
allemaal is, wat er allemaal kán in het Limburgs. Mensen de rijkdom, de
levendigheid, de veelzijdigheid van de taal laten zien, laten ondervinden. En
dan maar hopen dat ze het oppikken, er ook iets mee doen. Niet uit chauvinisme
of uit dwarsliggerij, maar vanuit de overtuiging dat het Limburgs, hun taal, de
moeite waard is.'
Een taal die pech heeft gehad. Zo definieerde Siemon Reker,
zeventien jaar geleden in Groningen aangesteld als eerste streektaalfunctionaris
in Nederland, ooit het begrip streektaal'. Pierre Bakkes heeft het over een taal
die in de hoek is gedrukt. "Dialect heeft voor veel mensen, zelfs al zijn
ze ermee opgegroeid, toch een boers, wat dommig, oubollig imago. Als je vooruit
wilt in de wereld, mee wilt tellen, moet je een échte taal spreken: de
standaardtaal. Die houding, dat verloochenen van je eigen achtergrond, zorgt
ervoor dat het dialect langzaam maar zeker wegslijt.'
Vraag: moet je daar
iets tegen doen? Moet je een streektaal die blijkbaar steeds minder
maatschappelijk draagvlak heeft koste wat kost overeind houden? Moet je daar
beleid voor ontwikkelen, een streektaalfunctionaris op loslaten, geld voor
uittrekken?
"Zeker wel', zegt Bakkes. "Omdat het gebrek aan status
van het Limburgs een kwestie is van vooroordelen. Je negeert een belangrijk deel
van je achtergrond, je cultuur, omdat je je laat aanpraten - en uiteindelijk
jezelf wijsmaakt - dat het minderwaardig zou zijn. Het Limburgs is nog steeds
een levende taal. Maar als je een taal verwaarloost, er niet mee werkt, dan
verstoft ze. Onder dialectologen geldt dat je in zo'n situatie van generatie op
generatie twintig procent dialectsprekers inlevert. Dat gaat hard.'
Pierre
Bakkes moet als streektaalfunctionaris de belangstelling voor de Limburgse taal'
gaan stimuleren. Hoe vertaal je zo'n brede opdracht in de praktijk?
"Als
iemand dat precies wist...', zegt Bakkes met een brede grijns. "Kijk: een
provincie, een streektaalfunctionaris, een vereniging als Veldeke, ze kunnen op
dit gebied wel vanalles roepen en schrijven, maar als het niet aanslaat bij het
publiek, dan is het over. Dat is dus de eerste zorg: een stevig draagvlak voor
de Limburgse taal creëren.'
Concreet, graag? "Mensen confronteren
met het feit dat Limburgs een volwaardige schrijftaal is, een taal waarin je
alles kunt uitdrukken wat je in het leven tegenkomt. Een taal die, net als het
Nederlands of om het even welke andere taal, het hele scala omvat van platte
smartlap tot hoogstaande literatuur, van buut tot poëzie. Nou, dat
kúnnen we aantonen. Zeker de laatste vijftien jaar wordt er in het
Limburgs steeds meer goed en volwassen werk geschreven.'
Een belangrijke
route naar statusverbetering loopt via het onderwijs. "Ik denk aan
projecten op het gebied van Limburgse literatuurgeschiedenis, Limburgse
grammatica. Waarom zou je, als je op een Limburgse school uit wil leggen hoe een
sonnet in elkaar zit, in plaats van Gerrit Achterberg niet Frits Criens als
voorbeeld gebruiken? Ik noem maar wat. Ik denk aan kadercursussen Limburgs voor
mensen in het onderwijs, uiteindelijk uitmondend in een speciale onderwijsakte
Limburgs. Workshops met mensen als Gé Reinders, Sjra Puts, Ger Bertholet.
Er liggen op dat gebied veel kansen om de komende generaties liefde voor het
Limburgs bij te brengen. Die moeten we benutten.'
Voor de rest? Het
takenpakket van de streektaalfunctionaris zal zich, denkt Bakkes, in de praktijk
verder moeten ontwikkelen. Hij krijgt drie jaar de tijd om "veel met mensen
te praten, naar mensen te luisteren, te leren.' Om projecten op te zetten. En om
te stoken, te blijven stoken. "Altijd en overal, mensen aan hun eigen taal
blijven herinneren. De bakker op de hoek zover krijgen dat hij zijn broodjes en
gebak ook in het Limburgs aanprijst. Van die dingen. Taal is een eindeloos
thema.'
En alle plaatsnaamborden tweetalig? "Waarom niet? Je moet niet
te flauw doen met het etaleren van je taal. Laat maar zien dat we in Limburg
tweetalig zijn. Dat we onze taal serieus nemen.'
dinsdag, 30 januari 2001