28 12 2000 Dagblad de Limburger (bijlage: 'Scala')
EEN WEBSITE VOOR GESCHREVEN LIMBURGS
Het Limburgs wordt wel veel gesproken, maar te weinig geschreven en gelezen. Om de teloorgang van deze door Europa erkende minderheidstaal te voorkomen willen Paul Prikken en Wim Kuipers hem schriftelijk vastleggen. Zo moet het Algemeen Geschreven Limburgs (AGL) ontstaan, de zuidelijke tegenhanger van het Algemeen Beschaafd Nederlands. De streektaal moet zich alleerst via internet ontwikkelen.
Het plan roept soms heftige reacties op. Het
Limburgs als eenheidsworst' zou de bestaande 550 dialecten bedreigen. De
teloorgang van de streektalen niet stoppen, maar juist versnellen.
Oud-journalist en publicist Wim Kuipers zucht ervan. "Ik heb alle
argumenten al tientallen keren gehoord. Bovendien, die 550 dialecten bestaan
helemaal niet. Het gaat vaak hooguit om een paar klanken die
verschillen.'
Volgens Kuipers telt Limburg niet meer dan vier dialectgroepen.
En die hoeven niet te verdwijnen als er een Algemeen Geschreven Limburgs komt.
"Dat is niet meer dan een leidraad. Wij hebben niet de macht om te zeggen
hoe mensen moeten praten of schrijven. Dat maken de mensen op straat wel uit. Al
die dialecten zullen straks gewoon gesproken en geschreven blijven worden.
Iedereen spreekt immers zijn eigen taal', is de vaste overtuiging van Paul
Prikken.
"Het probleem is juist dat onze taal nergens vastligt. Bijna
niemand schrijft in het plat. Behalve als er iemand geboren wordt, trouwt of
sterft. Op geboortekaartjes, trouwkaarten en bidprentjes zie je vaak de meest
vreemde manieren om te spellen.' En met de gebruikelijke manieren om dialecten
te spellen is heel wat mis, vindt Prikken. "Iedereen die iets van onderwijs
weet, snapt dat je alleen goed kunt lezen als je een duidelijk woordbeeld hebt.
Maar veel dialect wordt zo geschreven dat je het letter voor letter moet spellen
en zelf moet bedenken hoe het zou moeten klinken.'
Daarom moet er naast de
bestaande dialecten een Limburgse taal komen, die ook mensen van buiten de
provincie kunnen leren. Die taal bestaat nu nog niet. De streektaalgeleerden
zijn het er nog niet over eens. Daarom doen Prikken en Kuipers de voorzet.
Prikken bracht al eerder De Taal van de Maas uit, een Nederlands-Limburgs
woordenboek. Daarin kennen veel vertaalwoorden verschillende varianten voor
Zuid-, Midden- en Noord-Limburg. Begin januari moet er een woordenboek zijn dat
de basis vormt voor het Algemeen Geschreven Limburgs. Dat woordenboek (zowel
Nederlands-Limburgs als andersom) is in te zien via de website van het
Limburghuis, maar straks ook op cd-rom of in boekvorm te krijgen. Die website
moet de discussie losmaken over de nieuwe taal en ervoor zorgen dat die gaat
leven.
"Hoe je die taal moet promoten? Door hem te schrijven. Te
beginnen op die website. Stuur maar verhalen in, stel vragen, draag bij aan de
discussie. Alles is welkom', roept Kuipers enthousiast. Dat het Limburgs een
taal is staat voor hem buiten kijf. "Het wijkt minstens net zoveel af van
het Nederlands als het Fries, en het is minstens even oud.' Een voorbeeld:
"ze zeggen hier: eine boum, twie buim. Dat soort meervoudsvormen hoor je
verder nergens.'
Prikken: "De provincie zei vaak: je mag niks met het
Limburgs doen, want we hebben 550 dialecten. Maar het Limburgs is niet voor
niets erkend als minderheidstaal. Die moet je uitdragen, verder ontwikkelen.'
Prikken is blij dat er een Streektaalfunctionaris en een Raad voor het Limburgs
komt. Die moeten de taal vooruit helpen, ontwikkelen en promoten.
Maar het
is niet genoeg. Er zou ook een leerstoel voor streektalen aan de Universiteit
Maastricht moeten komen, zoals die al bestaat in Nijmegen en Leuven. "De
provincie geeft aan dialecten nog niet eenderde uit van wat Drenthe doet,
terwijl daar de streektaal een marginaal bestaan leidt.'
Intussen zijn de
twee gekken', zoals ze zichzelf gekscherend betitelen, al volop bezig. Wat hen
vaak niet in dank wordt afgenomen, ook getuige de reacties op hun eigen website.
Is een website wel het geschikte middel om streektaal te promoten, zeker omdat
daar vooral (vaak digibete) ouderen mee bezig zijn? "Het is in elk geval
goedkoop. We hebben nog geen geld om boeken uit te geven. Bovendien is het
misschien een manier om jongeren aan te spreken', denkt Prikken.
"Tot nu
toe is er niets. Mensen van boven de rivieren die iets over het Limburgs willen
weten, hebben geen contactpersoon om te bellen. Als het meezit bellen
journalisten naar L1, die ze soms naar mij doorverwijst. Als hier na zeven uur
de telefoon gaat zegt mijn vrouw: het zal wel weer voor jou zijn, over de
Limbo-cultuur.'
Voor meer informatie over het Limburghuis en het nieuwe
Limburgse woordenboek op internet: