Dagblad De Limburger 25 05 2002
Hoe houden we de Limburgse taal levend? Die vraag stond gisteren centraal tijdens het symposium 'Neet allein 'n kwestie van gedöld' in het Provinciehuis in Maastricht. Een van de antwoorden kwam uit Groningen.
Het 'aspergemodel' en de Limburgse taal
Guus Urlings
MAASTRICHT - Ouders willen dat hun kinderen vooruit komen in de wereld. Ze voeden hun kinderen dus op in het Nederlands, want met dialect kom je in de grote wereld niet ver. Wie van huis uit dialect spreekt, heeft meteen een achterstand. Waar in Nederland is het gemiddeld inkomen het laagst? In streken waar nog veel dialect gesproken wordt.
Een aaneenschakeling van vooroordelen, door tal van onderzoeken achterhaald.
Maar veel ouders voelen het nog steeds zo. En als ouders het zo voelen, dan
ìs het zo, dan praat je dat idee er met honderd onderzoeken niet
een-twee-drie weer uit. Je kunt proberen om via de scholen uit te leggen dat het
onzin is om je te schamen voor een zachte G, maar die hebben vaak geen tijd
en/of zin om iets aan streektaalonderwijs te doen. Nog los van het feit dat heel
wat leerkrachten het in het diepst van hun hart eigenlijk wel met die
anti-dialect-ouders eens zijn.
Hij schetst geen vrolijk beeld, professor
Siemon Reker, hoogleraar Groninger taal en cultuur aan de Rijksuniversiteit
Groningen en sinds 1984 de eerste officiële streektaalfunctionaris van
Nederland. Hij is op uitnodiging van zijn Limburgse collega Pierre Bakkes - nog
nieuw in het vak - naar Maastricht gekomen om mee te praten en te denken over
methoden om de Limburgse taal voor de toekomst te behouden. Niet als museumstuk,
maar als een levende gebruikstaal.
"Timmeren we wel genoeg aan de
weg? Moeten we ons niet veel nadrukkelijker laten zien en horen? Leidt geduld
niet tot achteruitgang?', vraagt hij de bezoekers, aanhakend bij het - van
Rowwen Hèze geleende - motto van het symposium 't Is neet allein 'n
kwestie van gedöld. Zelf heeft hij zijn antwoord klaar: alleen écht
doortastende maatregelen kunnen de streektalen - waaronder het Limburgs - op
termijn voor de ondergang behoeden.
Ziedaar: de geboorte van het
aspergemodel. Reker: "Dat klinkt naar Limburg. Bovendien: asperges kun je
volgens de verhalen maar twaalf jaar na elkaar op hetzelfde stuk grond
verbouwen, daarna moet je dat perceel dertig jaar voor iets anders gebruiken,
anders gaat het fout.' Twaalf en dertig. Let op die getallen.
Het
aspergemodel. Basisgedachte: als dialect een sociaal-economisch probleem heet te
zijn - dialectsprekers hebben immers een sociale achterstand en wonen in
economisch zwakkere gebieden - dan moet je er een sociaal-economische oplossing
voor bedenken. "Als we bedrijven willen aantrekken, werken we met
investeringspremies. Als we de productiviteit in een bedrijf willen verhogen,
werken we met bonusregelingen. Waarom niet zo'n systeem voor het bevorderen van
streektalen?'
Mensen belonen als ze dialect spreken. Daar komt het op
neer. Reker: "Geef ieder kind op de leeftijd van twaalf jaar de kans om een
dialectexamen af te leggen. Een serieus examen over de belangrijkste
verkeersregels van het dialect, over de belangrijkste verschillen tussen dialect
en landstaal. Wie slaagt, krijgt van de overheid een serieuze beloning.
Vijfhonderd euro, of duizend. Dat geld blijft dertig jaar vast staan op een
speciale spaarrekening, belastingvrij. Daarna wordt het uitgekeerd en komt het
in de regionale economie terecht.'
De voordelen? De streektaal krijgt
status, wordt serieus genomen, omdat ze naast culturele plotseling ook keiharde
financiële waarde heeft. Jongeren leren, aangelokt door de premie, dialect
spreken, lezen, schrijven, hun ouders zien dat ze zich niet voor hun dialect
hoeven te schamen. Scholen kunnen niet om die ontwikkeling heen, gaan erop
inspelen. Dat creëert een behoefte aan, en dus een economisch interessante
markt voor dialectproducten. Boeken, muziek, wie weet wat nog meer.
Het
'aspergemodel' is, benadrukt Reker, in al zijn extremiteit wel degelijk een
serieus plan, in ieder geval een serieuze denkrichting.
Slaat het ook aan
in het Maastrichtse provinciehuis? Gedeputeerde Martin Eurlings en
Veldeke-voorzitter Lé Giessen noemen het betoog van Reker lachend
"een mooi verhaal'. Maar, zegt Giessen, als Reker bedoelt dat de tijd van
praten, praten en nog eens praten nu voorbij is, dat er eindelijk
substantiële maatregelen genomen moeten worden, dan heeft hij gelijk. Het
is geen kwestie van geduld meer. Met gedöld bereik je alleen dat binnen een
paar generaties heel Limburg Hollands lult. Of Engels.