Schrijven in het
Limburgs kan (bijna) niet. Stond vrijdag 19 april in Dagblad De Limburger (zie
ook ons archief) . Het schoot Wim Kuipers in het verkeerde keelgat. Hij
doopte zijn pen in het Nederlands en vond ook in die taal voldoende woorden om het
met de stelling grondig oneens te zijn.
woensdag 24 04 2002
Dagblad De Limburger (Opinie)
Mensen die “in het dialect” dichten, hebben een extra handicap, betoogde Willem Kurstjens afgelopen vrijdag in deze krant. Omdat – meent hij: “de woordenschat van het Nederlands oneindig veel rijker is dan die van het dialect, dat in zijn ontwikkeling praktisch stilstaat.” Vooral omdat er geen nieuwe woorden bij komen. Wim Kuipers dient hem van repliek.
Schitterend dichten in het
Limburgs
Door Wim Kuipers
Poëziefestival in Landgraaf. Een mooie gelegenheid om mensen die menen in het Limburgs te moeten dichten weer eens onderuit te halen. Deze keer was Willem Kursjens aan de beurt. Hij begon zijn artikel Onder taalgekken met een interessante waarneming. Er zijn zat romanciers en toneelschrijvers die – ik citeer: “beroemd geworden zijn door boeken die ze schreven in een andere taal dan hun moedertaal”, maar geen dichters. Hoe kan dat?
Kurstjens: “Literaire faam verwerven met gedichten kun je alleen in je moedertaal.” Want poëzie “is een spel met woordkristallen”, en de moedertaal “leent zich daar het beste voor, omdat je die tot in je vezels kent.”
Spel – vezels: Kurstjens ziet natuurlijk dat je volgens die definitie ook in het Limburgs prima poëzie mogelijk is. En dan volgt zijn mening dat dat toch niet zo is, omdat het Limburgs onvoldoende of geen nieuwe woorden heeft, zich niet verder ontwikkelt.
Daar valt nogal wat over te zeggen. Op de eerste plaats: dit argument wordt totaal niet toegelicht. Als Kurstjens uit de Nederlandse bundels van de voorbije jaren een stuk of tien geheel nieuwe woorden had gezeumerd, dat zou overtuigender zijn geweest. Ik merk verder op dat leerlingen van de eerste klas mavo een paar duizend woorden kennen die Hooft en Vondel niet kenden. Nieuwe woorden dus, maar wat zegt dat? Hoeveel hedendaagse dichters halen technisch het niveau van die twee al meer dan 350 jaar dode dichters?
Conclusie: wat heeft poëzie met nieuwe woorden te maken? Kurstjens noemt nog een paar nieuwe woorden voor de afstandsbediening die hij in Limburg hoorde: flitser en knipper, maar dat zijn geen dialectwoorden, zegt hij. Wat dan? Frans? Fins? Ik bedoel: ook het begrip dialectwoord licht hij niet toe. Ik kende het woord knipper al voor ik tien woorden Nederlands kende. Het is de sluiting die in het Nederlands ambtelijk drukknoop heet. Ik vind knipper mooier en heel wel te gebruiken voor de zapper.
Bovendien heeft het Limburgs duizenden bruikbare woorden die het Nederlands niet heeft: de vele synoniemen. Ik noem gaat en laok (eveneens gat of kuil), naast koel en koet: een kuil in het landschap, maar het is ook een woord voor bed en de geliefkoosde ligplaats van kippen. Zo kan ik verder gaan. Het Limburgs heeft woorden genoeg voor onsterfelijke gedichten.
Kurstjens maakt dan een snel einde aan zijn geflodder. Kortom – zegt hij: “als je je dialect en je Nederlands even goed beheerst, zou ik niet aarzelen.”
Ook weer onduidelijk. Hij komt wel bij de kern, maar stopt dan. Ik kán begrijpen: als Kurstjens zijn Tegels beheerste, zou hij dat tot zijn voertaal maken. Ik denk dat hij bedoelt: er worden nogal wat waardeloze gedichten geschreven in het Limburgs. Klopt. In het Nederlands eveneens. Er zijn inmiddels een stuk of tien websites met gedichten: zie en huiver.
Wat is dan de reden voor het gebrek aan enkele honderden goede gedichten in het Limburgs?
Allereerst: de meeste dichters die Limburgs spreken kiezen voor het Nederlands. Twee – en dat is belangrijk: de kennis van de Limburgse taal laat te wensen over. Niet vergeten: je krijgt minstens veertien jaar lang les in het Nederlands, aan het Limburgs wordt geen middag besteed. Dat is triest, maar nog triester is dat er geen aandacht is voor deze kwestie.
En daar dient verandering in te komen. Het Limburgs moet serieus genomen worden, en vooral: op een andere manier bestudeerd. Niet de verschillen tussen dorp A en B zijn belangrijk, nee: de overeenkomsten, de rijkdom, de zo aparte zeggingskracht. Wanneer komt er een echte cursus in het Limburgs? Heel belangrijk voor schrijvers die hun taal willen verrijken – en daarna verder uitbouwen.
Het zal duidelijk zijn dat daarvoor een eenheidstaal nodig is. Die kent de hele schat aan synoniemen en uitdrukkingen, die inspireert en moedigt aan die taal te vervolmaken. En dan ontstaan ook prachtige nieuwe woorden. Of de paar dichters van niveau maken die. Helaas is er voor dat alles nog weinig belangstelling. Vijf jaar na de erkenning van het Limburgs als streektaal komen we niet veel verder dan geherrie over de juiste spelling, en de vraag wie voor paus en kardinaal van het Limburgs mogen spelen. Beschamend.
Wim Kuipers is publist, dicht in het Limburgs
en zet zich in voor het AGL: Algemeen Geschreven Limburgs.