Gezelle minde de rijkdom van de moedersprake
door Lo van Driel
Guido Gezelle
(1830-1899) was gefascineerd door de taal van zijn streek. Zijn leven lang
verzamelde hij woorden en uitdrukkingen. Reeds als 16-, 17-jarige student van
het seminarie te Roeselare noteerde hij dialect- en scheldwoorden. Alles wat hij
hoorde en de moeite waard vond, tekende hij op. Ook verzamelde hij veel
uitdrukkingen die hij tegenkwam in boeken.
Dat
bleef hij doen toen hij leraar en priester was. Zijn nalatenschap bestaat uit
vele dozen met een verzameling van honderduizenden briefjes, snippers, gebruikt
papier met krabbels, aantekeningen, notities over woorden. Bekend is zijn
verzameling van scabreuze woorden die de priester Gezelle in de biechtstoel
hoorde als Vlaamse plattelanders in hun moedertaal hun zonden kwamen vertellen.
Gezelle noteerde deze vieze dialectwoorden met het zondevrije Latijn van de kerk
er naast. Moeizaam Inzicht
In verschillende tijdschriften schreef Gezelle over taal en
dialect. In zijn vroege jaren verschenen blaadjes als `t Jaer 30 en Rond den
Heerd. In 1881 begon hij met het bescheiden maandblad Loquela. Die naam
ontleende hij aan het verhaal uit Mattheus waarin Petrus zijn Meester
verloochent. Een van de omstanders zegt tegen Petrus: Uw spraak verraadt U:
Loquela tua...In al die krantjes komen we stukjes tegen over woorden,
uitdrukkingen, spreekwoorden. Gezelle las en noteerde, luisterde en verzamelde.
Alles wijst er op dat Gezelle met zijn woordverzameling aan een schatkamer
van het oude West-Vlaams werkte. Gezelle zat als katholieke Vlaming tussen twee
vuren. Aan de ene kant het Frans, voorgeschreven door de Académie
Française. Dat was een product van de duivelse verlichting. Aan de andere
kant het Algemeen Nederlands van het Noorden, een taal van een protestant land.
Hoewel de kerkelijke elite en het onderwijs in België Franstalig was, zag
Gezelle een ander doel op taalgebied: het Vlaamse eigene propageren waar het
kon. De rijkdom van de moedersprake onder de aandacht brengen om alle dreiging
buiten de deur te houden.
De totale
verzameling van Gezelle omvat circa 140.000 fiches met woorden. Na zijn dood
zijn er met die Woordentas, zoals de verzameling genoemd wordt, nogal wat
problemen geweest. Daardoor is de bestudering van Gezelles dozen met woorden
aanvankelijk moeizaam verlopen, afgezien van de geweldige omvang en de
(on)leesbaarheid van al die aantekeningen.
Nienke Bakker (* 1916) heeft in
de jaren zestig en zeventig de collectie zorgvuldig geordend en bestudeerd. Van
1941 tot 1971 was zij verbonden aan het Woordenboek der Nederlandsche Taal, waar
het materiaal waar mogelijk verwerkt moest worden in de nog te verschijnen
delen. In de jaren zeventig heeft zij van haar onderzoek naar Gezelles
woordverzameling verslag gedaan in verschillende artikelen, die zij in een mooie
bundel onder de titel Gezelles Woordentas heeft verzameld (1998).
In degelijk
precisiewerk wordt daarin de kolossale verzameling van Gezelle in kaart
gebracht. We volgen de lotgevallen van de dozen en van de woorden. Nienke Bakker
geeft inzicht in de manier waarop de collectie tot stand gekomen is. Ze gaat na
welke bronnen en boeken Gezelle gebruikte. Het zijn verslagen van pionierswerk
om in het labyrint van Gezelle de weg te vinden. Die weg is bepaald niet altijd
gemakkelijk te volgen.
Nienke Bakker, die na haar pensionering jaren lang in
Veere woonde en daar aan haar Gezellenia werkte, deed nog iets: ze maakte
duidelijk dat de Woordentas uit verschillende deelverzamelingen bestond. Een
ervan was een verzameling bastaardwoorden, vooral woorden van Franse afkomst.
Gezelle had daar de pest aan, zoals hij ook met weerzin vermeldde dat het
Nederlands van het Noorden niet vrij was van Joodse en Maleise smetten. Op dit
punt zie je dat taalkundige voorkeuren nooit vrij zijn van politieke aspecten.
Toen Gezelle in 1886 lid werd van de nieuw opgerichte Koninklijke Vlaamse
Academie voor Taal en Letterkunde, stelde hij het bestuur voor een prijsvraag
uit te schrijven. Iemand zou een lijst moeten samenstellen van `vreemde
indringers` hij noemde ze schuimwoorden. De uitgave kwam niet tot stand. Nu
heeft Nienke Bakker de collectie bastaardwoorden die Guido Gezelle zelf
bijeenbracht, geanalyseerd en toegankelijk gemaakt in een bijzondere uitgave van
de Vlaamse Academie. Van 6000 kaartjes met woorden, vindplaatsen en
aantekeningen heeft ze een naslagwerk gemaakt. Ook deze uitgave is geen boek dat
met een half oog gelezen kan werden. Het is immers een soort particulier
woordenboek van vreemde woorden die in het Vlaams van de negentiende eeuw
ingeslopen zijn, met vindplaatsen, vertalingen en verwijzingen.
De
vertalingen zijn het interessantste. Zo vinden we bij het woord sauce behalve
bronnen en verwijzingen Gezelles vertaling: toespyze of dope. Dat laatste zal
voor velen onbekend zijn. Bij processie geeft hij het gebruikelijk ommegang. Een
procureur is een voorspreker, lasthebbeer of bewindhebber. Abominabel krijgt als
equivalent `verzakelijk` waaruit de oorsprong van `verzaken` blijkt. Abstract
wordt `afgetrokken, ontlijfd`. Veel vreemde woorden zijn ondertussen ingeburgerd
en Gezelles vertalingen zijn voor ons dikwijls curiositeiten. Soms is een
`verbetering` aardig. Zo geeft hij bij `à bout de son Latin` vreemd
genoeg komt de ingeburgerde vertaling niet voor als equivalent: tenderkoorde,
aan het eind van het touwtje zijn.
Met dit Schuimwoordenboek heeft Nienke
Bakker een niet eenvoudig te raadplegen naslagwerk samengesteld, iets voor
fijnproevers en dialectfanaten. Ondertussen heeft zij wel het beeld van Gezelle
als priester, dichter en taalman completer gemaakt. Compleet? Gezelle zou zeggen
allegaarde.
Nienke Bakker, Guido Gezelle,
Opbouw en analyse van zijn Bastaardwoordenboek. Uitgave Kon. Academie voor
Nederlandse Taal- en Letterkunde. Koningstraat 18, 1900 Gent. 218 blz. 22 Euro.
Bfr. 887.
Bij dit boek behoort een elektronisch register van gesignaleerde
Nederlandse/Vlaamse equivalenten, te raadplegen op de `webstek`van de Kon. Ac.
V. Ned. Taal-en Letterkunde vanaf juni 2001 (www.kant1.be).