21 03 2001 Provinciale Zeeuwse Courant
Consulent streektaal pioniert in de polder
door Marco Evenhuis
Nog even en na Groningen, Drenthe, Overijssel en Limburg kent ook de provincie Zeeland een streektaalconsulent. De procedure om zo`n consulent aan te stellen verkeert in een vergevorderd stadium en naar verwachting zal het dan ook niet lang meer duren voordat de nieuwe consulent aan Zeeland kan worden voorgesteld.
Hetzelfde gebeurde enkele weken
geleden in Limburg, waar na veel getouwtrek neerlandicus dr. Pierre Bakkes als
streektaalfunctionaris werd aangesteld. Bakkes is per 1 maart in deeltijd aan de
slag gegaan. Binnen enkele maanden wordt dat een voltijdsfunctie. Bakkes zou in
zijn werk moeten worden bijgestaan door een nog samen te stellen Road veur `t
Limburgs.
Toen zijn benoeming bekend werd, stortten de regionale media in
Nederlands én Belgisch Limburg zich over de 59-jarige leraar Taalkunde
aan de lerarenopleiding in Sittard. In de artikelen die over zijn aanstelling
verschenen, geeft Bakkes duidelijk weer wat hij denkt dat er van een
streektaalfunctionaris verwacht wordt. Een en ander is ook voor Zeeland
interessant, omdat veel mensen hier nog amper een idee hebben wat ze zich bij
een streektaalconsulent moeten voorstellen.
Bakkes vat zijn taak samen als
`alles wat de status van het Limburgs kan verhogen`. Hij wil mensen duidelijk
maken wat er allemaal is en wat er allemaal kan met de streektaal. ,,Mensen de
rijkdom, de levendigheid, de veelzijdigheid van de taal laten zien, laten
ondervinden. En dan maar hopen dat ze het oppikken, er ook iets mee doen. Niet
uit chauvinisme of uit dwarsliggerij, maar vanuit de overtuiging dat het
Limburgs, hun taal, de moeite waard is``, zo noemt hij het zelf in Dagblad de
Limburger.
De taak die hij officieel opgelegd krijgt is het stimuleren van
de belangstelling voor de Limburgse taal. Een eerste voorwaarde daarvoor is wel
een breed draagvlak bij het publiek creëren. En daar is Bakkes in Limburg,
met zijn net als in Zeeland zo verdeelde streektaalwereldje, wel even zoet mee.
Praktisch gezien denkt Bakkes aan het initiëren en zo nodig zelf
uitvoeren van projecten op het gebied van literatuur (mensen aan het lezen en
schrijven krijgen), onderwijs (kadercursussen Limburgs voor onderwijsmensen,
uiteindelijk zelfs `n speciale onderwijsakte Limburgs) en jongeren (workshops
met bekende Limburgers). Zelfs een lobby voor tweetalige plaatsnaamborden sluit
hij niet uit: `Waarom niet? Je moet niet te flauw doen met het etaleren van je
taal. Laat maar zien dat we in Limburg tweetalig zijn. Dat we onze taal serieus
nemen`.
Road
Om Bakkes
in zijn werk bij te staan wordt er een taaladviescommissie opgericht. Een
klankbordgroep, die in staat is om bijvoorbeeld ideeën van Bakkes te
toetsen. Die zogenaamde `Road veur `t Limburgs` zal gaan bestaan uit een kleine
groep deskundige mensen, die worden voorgedragen door de verschillende Limburgse
streektaalorganisaties. Een idee dat in Zeeland zeker navolging verdient.
De
nieuw aan te stellen Zeeuwse streektaalconsulent doet er goed aan het wiel niet
opnieuw te gaan uitvinden. In Groningen bestaat de functie bijvoorbeeld al
zeventien jaar. En in die zeventien jaar heeft men uiteraard heel wat ervaring
opgedaan. Maar ook met gebruik van de kennis die elders al eerder is verzameld,
blijft het voor de Zeeuwse streektaalconsulent pionieren in de polder. De
functie is tenslotte nieuw en niet in detail omschreven.
Bakkes tenslotte
over wat hij de komende jaren verwacht te doen: ,,Veel met mensen praten, naar
mensen luisteren, leren. Projecten opzetten. En stoken, blijven stoken. Altijd
en overal mensen aan hun eigen taal blijven herinneren. De bakker op de hoek
zover krijgen dat hij zijn broodjes en gebak ook in het Limburgs aanprijst. Van
die dingen. Taal is een eindeloos thema.``
Voor dit artikel is gebruik
gemaakt van informatie uit het artikel `Plaatsnaamborden ook in het dialect?
Waarom niet?` van Guus Urlings in Dagblad de Limburger van 30 januari
2001.