- 25 08 2001 Dagblad De Limburger
(Horizon)
'Houdt Limburgs taal in eere'
- Door Guus Urlings
-
- Zelden heeft het
Limburgs zo in de belangstelling gestaan als de laatste
jaren.
- Heftige discussies over
de wenselijkheid van Algemeen Limburgs versus de bonte lappendeken van
dialecten. Politiek gekissebis over de aanstelling van een
streektaalfunctionaris. Geruzie over het nut van het Woordenboek van de
Limburgse Dialecten. En temidden van al dat rumoer viert de vereniging
Veldeke op 1 en 2 september haar 75-jarig bestaan.
-
- "ZOUDEN de thans
alleenstaande beoefenaars der Limburgsche dialecten, de verschillende
novellisten en poëten niet de handen in een kunnen slaan, om gezamentlijk de taal van ons
gewest, de folklore in haren oorspronkelijken vorm in novelle, sage en
gedicht gemeenschappelijk goed voor allen te doen zijn? Van wien zal 't
bezielend woord uitgaan, dat velen zal opwekken om samen te gaan tot
één bond (...)?"
- Een citaat uit 'Houdt Limburgs
taal in eere', een artikel van de hand van de Roermondse historicus A. van
Beurden. Anno 1892.
- Ook toen al, dus. Het gevoel dat
er nodig iets gedaan moest worden om het Limburgs voor de ondergang te
behoeden. Het gevoel dat nooit meer over zou gaan, vandaag de dag de
gemoederen nog steeds met enige regelmaat heftig in beroering weet te
brengen.
- De laatste tijd steeds heftiger,
lijkt het. Om niet te zeggen dat de toekomst van het Limburgs, jarenlang
vooral een liefhebberij van een beperkte groep wetenschappers en (meest
notabele) hobbyisten, inmiddels tot 'kwestie' is verheven. Met alle vurige
discussies en krantenkoppen vandien.
- Zouden ze dit voor ogen hebben
gehad, de mannen die op 26 januari 1926 in de Pays Bas aan het Vrijthof in
Maastricht de basis legden voor Veldeke, de Vereeniging tot instandhouding
en bevordering der - let op het meervoud - Limburgsche
dialecten?
- Waarschijnlijk niet. Al die
drukte, dat rumoer. Vechtend en kissebissend over straat rollen, dat was
niet echt de stijl van het notabele clubje, met mensen als Pierre Kemp,
Felix Rutten, kapelaan Ad Welters, een van de Venlose Van der Grintens
(Limburgs industriële adel), de Maastrichtse taalkundige Hubert
Endepols.
- Waarover spraken zij? Over
"Limburgs dinke, Limburgs spreke, Limburgs blieve." Maar
"boe't meiste euver te doen waor, dat waor de spelling, boe m'n et netuurlik
gaaroet neet eins euver woort", wist de eerste secretaris van
Veldeke, Guillaume Franquinet, zich een kwart eeuw later te herinneren. Daar
werd het meeste over gesproken: over de spelling van het Limburgs.
- Het begin van een discussie die,
alle inspanningen en goede bedoelingen ten spijt, 75 jaar later nog steeds
geen algemeen geaccepteerde, in ieder geval geen algemeen gebruikte spelling
heeft opgeleverd. Och, je kunt niet alles hebben.
-
- "De uurste weurdjes,
ien 't begin,
- toe Moêder mi-j het
toegedekt,
- kleenke dur gâns mien
laeve hin.
- Dorrum spraek ik mien
dialekt. "
- (Uit 'Mien
Moêderstaal', Theo Swinkels, Venray)
- HOE dan ook: het 'bezielend
woord' was gesproken. De 'beoefenaars der Limburgsche dialecten' sloegen de
handen ineen. De Limburgse dialecten hadden in Veldeke hun pleitbezorger
gevonden. "Het instandhouden en bevorderen van de volkscultuur in beide
Limburgen, in het bijzonder
- van de Limburgse
dialecten." Dat is, volgens de statuten, het doel van Veldeke.
- "Os Plat is in
noeëd". Onder die titel verscheen in een van de allereerste
uitgaven van het Veldeke-blad (1927) een eerste waarschuwing over de
dreigende teloorgang van het Limburgs. Het begin van een litanie van
jeremiades die eigenlijk tot op de dag van vandaag aanhoudt. Over alles wat
verloren is gegaan en nog steeds verloren gaat, over jongeren die steeds
minder dialect spreken, want ze worden door hun ouders in het Algemeen
Beschaafd Nederlands opgevoed omdat dat beter is voor hun maatschappelijke
carrière. De dreiging van de teloorgang blijft. Net als de oproepen
om er nu eindelijk eens echt iets aan te doen. Net als waar al in 1926
"'t meiste euver te doen waor", de discussie over de correcte
spelling van het Limburgs. "Als je er in Limburg openlijk voor uitkomt
pedofiel te zijn, heb je waarschijnlijk minder last dan wanneer je je met de
spelling van een van de 567 verschillende dorpstalen bemoeit", luchtte
dialectschrijver Wim Kuipers eind vorig jaar zijn hart in het
Veldeke-blad.
- En dan is er nog de eeuwige
hartenkreet om toch vooral het dialectgebruik door jongeren te bevorderen.
"De jeug, die zalle ver zeen te pakke te kriege. Ger môt allemaol
't besjtuur daomit helpe!", schreef J. Kats, toenmalig
Veldeke-voorzitter, in augustus 1946. "We moeten ons nog veel sterker
op de jongere generaties gaan richten", zegt huidig voorzitter
Lé Giesen, 55 jaar later.
- Zijn we in driekwart eeuw dan
helemaal niets opgeschoten?
-
- Det 't plat maag hore-bolle
- wiej ein vlag in volle
windj!
- Det 't plat maag
wille-trille
- oppe lup van eder
kindj!"
- (Ode aan Veldeke Belsj
Limburg, Theo van Dael,
- Kinrooi)
-
- ZEG niet dat er op dialectgebied
niets gebeurd is, tot nu toe. Veldeke is van meet af aan een platform
geweest voor iedereen die zich, op welke manier dan ook, met de Limburgse
dialecten
- bezighield. Met het Veldeke-blad
als uitstalkast. Wie de jaargangen doorbladert, krijgt een aardig beeld van
wat er 75 jaar lang op dialectgebied gaande is geweest in Limburg. Omdat
Veldeke daar steeds middenin heeft gestaan. Er is veel, heel veel onderzoek
gepleegd naar alle mogelijke aspecten van taal, dialecten, volkscultuur. Er
is veel, heel veel gediscussieerd over 'taalkwesties'. En er is veel, heel
veel in dialect - in bijna alle Limburgse dialecten - geschreven en
gepubliceerd. Proza en poëzie, in de bandbreedte die kenmerkend is voor
levende talen: van keukenmeidenproza tot literatuur, van chanson tot
smartlap en camavalsschlager, van boertige klucht tot drama. Zeg niet dat er
op dialectgebied niets gebeurd is, tot nu toe.
- Maar toch...
- Het beeld dat het meest beklijft
bij het doorbladeren van driekwart eeuw Veldeke-wel-en-wee, is dat van
nostalgie, van de hang naar het verleden, naar wat geweest is. In veel,
té veel teksten keren telkens dezelfde thema's terug. Het geloof, het
dorp, het landleven, carnaval, de geneugten van de goeie ouwe tijd. Alsof
het dialect in de geest van de schrijvers eigenlijk al "iets van
vroeger" is, niet past bij de actualiteit van het leven.
- Diezelfde teneur zat, in ieder
geval tot voor kort, ook in de discussies. Veel herhaling, weinig
sprankelends, veel 'ons kent ons' en 'wij weten wat goed is voor het
Limburgs'. Telkens weer dezelfde namen, tot vergrijzens toe. Het beeld van
een besloten genootschap dat meer genoegen schept in eeuwig doorneuzelende
discussies dan in het stellen en bereiken van concrete taaldoelen. Te veel
zoeë wie 't vruger waas, te weinig: dit zijn wij, hier staan wij voor,
en dit is waar wij in de toekomst met onze taal heen willen.
- 'Waem haet nog ein
PLAT-relasie mit zien kienjer!
- Zing, baej, lach, drink en
bewônjer dien moders taal.'
- (Uit'Dialeksie', Sjaak
Graus, Roermond)
-
- "We moeten af van dat
imago, van het beeld dat Veldeke een club is van oude mensen die zich
bezighouden met dingen van vroeger", zegt voorzitter Lé Giesen.
Want dat beeld klopt niet. Niet meer. In ieder geval niet meer helemaal.
"We hèbben inderdaad veel oude leden. En veel van wat wij
publiceren wordt in bejaardenhuizen voorgelezen. Dat is toch schitterend?
Maar we leven nù, dus moeten we ook de mensen van nu aanspreken. De
jongere generaties. Die spreken niet het Limburgs van vroeger, maar de taal
van Rowwen Hèze, de taal van nu. De taal van een maatschappij die
voortdurend in beweging is."
- De tijd is er rijp voor. De
belangstelling voor 'het eigene' neemt toe, ook bij de jeugd. Giesen:
"De leefwereld van mensen wordt steeds groter. Ze zien meer, weten
meer, reizen verder. Dan stellen ze zich op een gegeven moment de vraag:
maar waar hoor ik eigenlijk echt thuis. Dat is een universeel gevoel. Overal
zie je die groeiende belangstelling voor de eigen omgeving, de eigen
cultuur. Taal is daar een wezenlijk onderdeel van. De media pikken die
tendens op, bieden er een podium voor. Die golfbeweging, daar kan en moet
Veldeke nog veel beter op inspelen." En niet alleen
Veldeke.
- "Willen we het Limburgs
behouden, dan zullen we daar op provinciaal niveau een duidelijk beleid, een
duidelijke structuur voor moeten ontwikkelen."
- Daar wordt aan
gewerkt.
- De officiële erkenning van
het Limburgs als streektaal (in 1997) mag een mijlpaaltje heten. "Daar
is hard voor gewerkt, vooral om het Limburgs uit de sfeer van het toch wat
elitaire hobbyisme te halen, het tot onderwerp van provinciaal beleid te
maken", zegt Giesen. "Een eerste stap. Een startpunt." Maar
na dat startpunt kwam een hele tijd niets. Pas dit jaar werden de eerste
concrete vervolgstappen gezet: de aanstelling van een streektaalfunctionaris
(Pierre Bakkes uit Roermond), het instellen van een 'Raod veur 't Limburgs'
- een provinciaal beleidsadviesorgaan - en het sluiten van een convenant
voor oprichting van het Limburghuis, het provinciale centrum voor taal,
cultuur en streekhistorie. Plannen die grootdeels al dateren van
vóór de officiële erkenning van het Limburgs.
- Het getuigt allemaal niet van
overdreven voortvarendheid. "We hebben een paar jaar nodig gehad om tot
een nieuwe aanzet te komen", erkent Giesen. Dat heb je ervan als
dialect een item van provinciaal beleid en daarmee ook een politiek item
wordt. Discussies, nieuwe discussies. Och ja, politiek en voortvarendheid,
dat gaat niet altijd even gemakkelijk door één deur. Veldeke
heeft zich trouwens in zijn 75jarige historie ook bepaald niet altijd van de
voortvarendste kant laten zien.
- Dat allemaal gezegd zijnde: er
staat nu in principe - met de 'Raod veur 't Limburgs', de
streektaalfunctionaris, het Limburghuis - een structuur in de steigers die
het bouwen aan een provinciaal taalbeleid mogelijk maakt. Giesen: "Dat
zal nog verre van eenvoudig zijn. Wat willen we, waar gaan we heen? Wij zijn
geen Friezen, hebben geen soort eenheidstaal. In Limburg is het vooral
eenheid in verscheidenheid. Hoe ga je daarmee om op een manier die iedereen
aan zijn trekken laat komen, de culturale verscheidenheid zo veel mogelijk
bewaart?"
"'t Aend zal zien
zo as 't begin
- Ik bliêf ien mien
Moêderstaal gebekt.
- As ik ôp mien laeve
mi-j bezin,
- ovverdaenk ik dat ien
dialekt. "
- (Uit 'Mien
Moêderstaal', Theo Suinkels, Venray)
Uitgangspunt van Veldeke:
laat de taal bij het volk blijven. Giesen: "Laat duizend bloemen
bloeien. Erken de verscheidenheid, ga daar positief mee om. Dus geen
kunstmatig soort eenheids-Limburgs in elkaar proberen te knutselen, om
daarmee de provincie - in onderwijs, officiële stukken - officieel
tweetalig te maken. Daar zijn we eeuwen te laat mee. Waar wordt Limburgs
gebruikt? In het gezin, buiten op straat, in de kroeg, met carnaval.
Limburgs is voor alles een spreektaal, een verzameling spreektalen. Daar
moet je op insteken. Die taal lokaal, in al zijn veelvormigheid, levend
proberen te houden door mensen ertoe aan te zetten iets met die taal te
doen. Te spreken, te schrijven. Wat dageIijks gebruikt wordt, verstoft
niet."
- Het worden boeiende jaren voor
het Limburgs. En dus voor Veldeke. Een 75-jarige die aan zijn tweede jeugd
begint.