18 01 2001 Limburgs Dagblad (column 'uit de kunst'/ LD Extra)
Taalstrijd
door Jos Frusch
Taalstrijd breekt uit in Limburg. De kranten staan er
vol van.
Veldeke, de vleesgeworden zachte g van Limburg, heeft ruzie met de
stichting DOL, (Dialect en Cultuuronderwijs Limburg) en de werkgroep AGL
(Algemeen Geschreven Limburgs). Aanleiding: de schimmige procedure die moet leiden tot het aanstellen van een streektaalfunctionaris.
Ruzie om dialect: er is niets nieuws onder de zon. Heeft
ieder van ons zijn 'taalstrijd' niet al eens moeten strijden?
Als kind vond
ik mijn vader maar gek, omdat hij als geboren Sittardenaar in een Buchtens
sprekende omgeving neit en veir zei: 'Kal toch normaal,
pap!' .
Op de lagere school lachten we onze nieuwe Steinse
klasgenoot uit om zijn rollende r. We hebben regelmatig met hem over de grond
gerold.
Later op de middelbare school lagen we in een deuk om Piet uit
Sittard, die zo zijn eigen uitdrukkingen had. Als het zonnetje scheen, noemde
hij dat waer veur boetepoppesj en hij droeg geen schoenen maar
slippesj .
We vonden zijn taaltje leuker dan dat van Paul uit Echt,
die in onze oren een beetje zuinig klonk. Ich höb mich ein noe
tès gekogjt, zei hij of waem flödje doa?
We pestten
elkaar voortdurend om onze taal. Dat kon je hebben, omdat je begreep dat je in hetzelfde schuitje zat. Speciaal in de les Nederlands werd dat duidelijk, alleen al door de vruchteloze pogingen van de leraar ons van onze Limburgismen af te helpen.
Later op de universiteit werd het allemaal een beetje
pijnlijker. Daar schaamde je je om je Limburgse tongval. Ik kan me herinneren
dat een zorgvuldig voorbereid referaat alleen door mijn uitspraak op een
regelrecht debacle uitliep. In de kroeg kwam daar met 'hé Limbo' nog een
schepje bovenop.
Achteraf kan ik begrijpen dat ik heel geaffecteerd en met
een harde g Nederlands ging praten. Dan werd je tenminste voor vol
aangezien.
Weer terug in eigen 'land' heb ik dat weer snel moeten afleren. Pek en veren stonden klaar.
Vele mensen hebben een haatliefde verhouding met hun
dialect. Daar kan een streektaalfunctionaris ook niets aan veranderen, vrees
ik.
Het levert uiteindelijk onder de streep toch alleen maar
kwiejezelekaal op,