De Limburger 15 05 1995 (Rubriek 'Letterbak' / door Wim Kuipers)
Open brief M. Eurlings
Weledelgestrenge heer M. Eurlings. Als alles gaat zoals
u het zich voorstelt, wordt u dinsdag tot deputé gekozen. U gaat dan
welzijn en cultuur behartigen. Limburgse cultuur. Daar hoort ook het Limburgs
bij. Ik bedoel: de taal van u en mij. U kunt onmiddellijk de zaak ver van u
afschuiven en zeggen: er bestaat geen Limburgs, er zijn slechts 444 dialecten.
Goed, ik maak daar geen punt van, u mag desnoods van plat
spreken.
Belangrijker is: wat zou u nu kunnen doen voor dat plat, of voor de dialecten?
Cultureel gezien is het belangrijk dat die beschreven en
daarmee bewaard worden. Dat gebeurt - met aanzienlijke steun van de Provincie
Limburg - in het Woordenboek Limburgse Dialecten.
Maar moeten we het daarbij
laten? Zo'n woordenboek is in feite een grafkelder of een boek voor de bovenste
plank, want geen gewone Limburger heeft het in zijn bezit. Is trouwens ook niet
te betalen. De tot nu toe verschenen afleveringen kosten bij mekaar bijna 800
gulden.
Gedacht kan worden aan een soort handwoordenboek, zoals Zeeuwen,
Twenten, Drenten en Groningers dat hebben, en Limburgers eigenlijk sinds kort
ook: het woordenboek De Taal van de Maas van de Belgische Limburger Paul Prikken. Heel mooi, maar er staat voornamelijk de taal van het kerngebied in: het Maaslands.
Nou hoeft een handwoordenboek niet elk Limburgs woord te
bevatten. Er zullen beslissingen genomen moeten worden.
Heel moeilijk in
Limburg.
Misschien zijn beslissingen makkelijker te accepteren als ze genomen
worden door een door de provincie aangestelde taalkundige.
Groningen heeft
zo'n man (het mag nog liever een vrouw zijn), en die kreeg als eerste opdracht: maak één spelling voor heel Groningen.
Dat gebeurde en het werkt ook nog. Nu is de man bezig
aan een grammatica. Wij Limburgers weten absoluut niet hoe onze gesproken taal
in mekaar zit, wat de wetten zijn en hoe je daar regels uit kunt halen. Is dat
dan belangrijk?
Heel belangrijk. Het is misschien de voorwaarde voor het
overleven van het Limburgs. U merkt ook wel dat de dialecten langzaam
verwateren, dat heet: meer op de standaardtaal gaan lijken. Daar valt weinig
tegen te doen. Behalve dan het kijken naar de Nederlandse televisie
verbieden.
Een taal kan ook in boeiende boeken overleven. Boeken die over
honderd jaar nog gelezen worden. Nou kan een eenvoudige deputé daar
moeilijk voor zorgen. U kunt misschien wel wat voorwaarden scheppen, zoals dat
in bestuurstaal heet. Een woordenboek en een grammatica zijn belangrijk voor
schrijvers, al denken Limburgse schrijvers daar anders over. Dan pas leer je je
eigen taal helemaal, zodat je je beter en boeiender uit kunt drukken.
Het
gaat ook om meer mogelijkheden om te publiceren. Als u eens gezien had hoeveel
boeken Groningers en Drenten in hun eigen taal hebben. Maar dan had u op de
Nederlandse Dialectendag in Den Bosch moeten zijn. Had u kunnen zien wat andere
provincies zoal doen.
Maar misschien vindt u dat allemaal maar onzin: wie
mooi wil schrijven doet dat maar in het Nederlands.
Kom nou, de minister van cultuur zegt ook niet tegen schrijvers: u schrijft maar in het Engels of Spaans, dat kleine taaltje van ons. En als u toch blijft denken: wat is dat, dat Limburgs?, zie het dan eens zo: er is weliswaar geen eenheidstaal, maar het
Limburgs onderscheidt zich (nog) voldoende van het Nederlands en alle andere Nederlandse dialecten om van een taal te spreken. Een taal om in te schrijven.