13 08 2001: Citaat van de week
We vonden nog een mening waar de geachte wetenschap (zie ook ons standpunt over de 'dialectenquête') misschien
nog niet aan gedacht heeft: "Bovendien zijn Limburgers trotser op hun taal
dan Brabanders."
Dat zegt troubadour Gerard van Maasakkers uit Budel, dat
overigens tot het Limburgse taalgebied behoort, maar dat terzijde. Hij reageert
in een interview in Dagblad De Limburger (10 08 2001) op deze opmerking van de
interviewer: "Zijn folkmuziek verschilt met die van zijn Limburgse
collega's, die doorgaans puntiger schrijven."
Collega's moeten we hier
waarschijnlijk opvatten als: zangers die de Limburgse taal bezigen. Verder
begrijpen we hier weinig van. Maar het staat er wel weer: trots. Daar schiet
niemand wat mee op. Tegenstanders van de Limburgse taal (en die zijn er bij
bosjes) hebben weer een reden om over ouderwets chauvinisme te smalen. Politici
daarentegen kunnen nog tevredener achterover leunen. Moeten zij iets doen voor
die taal? Kom nou: de mensen zijn er toch trots op, dus niets aan de
hand.
Wie
zou er eigenlijk trots zijn op onze taal? Deputé Eurlings? De statenleden
van GroenLinks? Prof. dr. Wiel Kusters? Het Letterkundige Centrum Limburg dat
nog steeds weigert ook maar een cent van hun 40.000 gulden provinciale subsidie
te besteden aan enig in het Limburgs geschreven werk? In welke mate, liefst op
een schaal van -10 tot +10 is die zogenaamde trots af te meten aan werkelijke
inzet voor de taal als cultureel erfgoed en als levende,
creatieve taal?