13 08 2001
Provinciale dialectenquête
Met twee maten, maar toch met mate...
Huur een harmonie, laat de champagne stromen, want zie: nog net geen vier en een half jaar na de erkenning van het Limburgs als taal, komt de provincie in actie. Op de website van de provincie Limburg (zie hiervoor de link enquête) staan een hoeveelheid vragen die ... ja: wat moeten we daarmee?
Zoveel is duidelijk dat de provincie internetters vraagt die
vragen in te vullen, ook als ze heim Duits of Turks spreken. Want deputé
Eurlings wil in zijn wetenscahppelijk verantwoord voorwoord weten 'in welke mate
u zich Limburger voelt' en zegt geruststellend dat de antwoorden verwerkt worden
in een wetenschappelijke studie. Wie die Limburgers in welke mate zijn, wordt in
een onafgemaakte zin zonder werkwoord niet duidelijk: ook 'voor alle Limburgers
die buiten de provincie.'
(wonen, werken, lanterfanten, zich gediscrimineerd voelen,
op vakantie gaan...?)
Opa
H. die invult dat hij het Limburgs een rijkere taal vindt dan het Nederlands,
hoeft dus niet bang te zijn dat al zijn kleinkinderen een onvoldoende krijgen
voor hun Cito-toets.
Ach,
die azijnpissers van het AGL kunnen het provinciaal zonnetje weer niet in het
wetenschappelijk water zien schijnen en maken flauwe grapjes.
Misschien wel, maar we begrijpen niet waar deze enquête voor dient.
Wetenschap? Is wetenschap afhankelijk van toevallige mensen met internet die
misschien toevallig deze vragen zien? Hoewel zulke enquêtes van ons niet
hoeven (is de Limburgse taal hiermee gediend?), toch een paar
kanttekeningen.
Als
de provincie werkelijk wil weten hoe het zit met de Limburgse taal, dan hadden
deze vragen in de beide Limburgse kranten moeten staan. Nou zullen die
waarschijnlijk niet staan te springen. (Zeker niet na de prozaïsche vraag:
"In welke mate bent u lezer van Limburgs Dagblad/Dagblad De
Limburger?", waarbij de inhoud van beide concurrerende kranten nu al
wetenschappelijk samengesmolten wordt).
Toekomst in gevaar
Nu de vragen. Het stoort ons hevig dat halverwege de lijst ineens de onwetenschappelijke term ABN (algemeen beschaafd Nederlands) opduikt, en steeds in relatie met dialect. Je blijft hiermee suggereren (zie ook de lezersbrief Keurig uit Dagblad De Limburger van 110801 elders op onze
site) dat dialect niet beschaafd is. Laten we wel wezen: niemand durft nog naar
meningen te vragen aangaande de relatie tussen handel en joden. Of: hebben
vrouwen evenveel verstand als mannen?
En natuurlijk wordt weer gevraagd of kinderen die thuis dialect leren later hinder daarvan hebben (minder ABN-kennis). Wat is de wetenschappelijke waarde van dergelijke niet verder toegelichte meningen? Wordt hier provinciaal beleid op gebaseerd? Komt er een speciale taalpolitie die kindertjes die wat verdachte geluiden laten horen een sticker op de mond plakt met de mededeling dat deze klanken hun toekomst ernstig kunnen schaden?
Flauw? Ach - we kunnen ook vragen verzinnen.
Nationale televisie
Voordat er sprake is van ABN wordt
verschillende keren gevraagd wat de invullers spreken, bijvoorbeeld bij de
kapper of de slager: dialect of "het algemene Nederlands van de nationale
radio en televisie."
Daar
kunnen we uren over nadenken. Wat doet de strakse wetenschappelijke verwerker
als drie van de dertien inzenders kaalhoofdige vegetariërs zijn?
Maar gelukkig mogen we ook nog invullen wat we met de bakker
spreken. Helaas voor de wetenschap: de bakker zelf komt zelden in zijn winkel.
Daar staan meiden die de taal van de nationale televisie nadoen, en die geen
idee hebben waar meel van gemaakt wordt.
Interessant is ook de vraag waarom dat 'nationale' erbij moest. Riekt dat
niet naar discriminatie van de Limburgse zenders?
Goed
Yorins
Veel
erger is als de wetenschap meent dat op bijvoorbeeld Ll geen "echt" Nederlands te horen zou zijn. Luister dan eens goed. Er zijn nogal wat meiden van L1 die hun uiterste best doen zo goed mogelijk Yorins te babbelen. Dus hoor je dat er wokkefelde overkomen, en dat het moche feetien graden wot.
Die van feetien (14) had het deze week ook over weknemers van NedCar (wat nemen die mee naar het wek?), maar ze valt toch door de mand - als ze getallen uit moet spreken. Ze zegt feetIg, met de
/i/ van mich, en dat betekent dat ze hier of in Brabant opgegroeid is.
Hollanders laten hier een zogeheten stomme e horen.
In
ieder geval doet zij voldoende haar best om keurig ABN te spreken (zie vraag
6J).
Wie bepaalt overigens wat keurig ABN is? Echte wetenschappers bemoeien zich daar (helaas) niet mee.
Duits of Limburgs?
Nog een kwestietje: we moeten onze mening
geven over de mening: dialect wordt vooral gesproken door wie niet beter kan.
Beter wat? Moeten we baitere wokkefelde
proberen te zeggen?
Onzinnig is de vraag of Limburgers beter ABN spreken dan vijftig jaar geleden. Wie van de tachtigjarige internetters kan dat nog beoordelen? Het lijkt handiger een paar weken in de kelders van L1 door te brengen, om daar opnamen uit de eerste na-oorlogse jaren te beluisteren.
Hoewel we moeite hebben met dit gedoe, willen we een vraag
toch wel naar eer en geweten beantwoorden, en wel vraag 6Q, of Limburgse
dialecten meer op Duits lijken dan op Nederlands.
Antwoord: Limburgse dialecten lijken het
meest op de vier jaar geleden erkende taal Limburgs.
In
welke mate lijken ze daarop? Met de mate van een enquête waarvan de
resultaten ook met twee maten gemeten moeten worden en in ieder geval met een
grote korrel zout.