vrijdag 06 07 2001 Dagblad De Limburger
Pure geldverspilling. Dat is na twee maanden onderzoek het
genadeloze oordeel van voorzitter F. Zinken van de Statenfractie van de Partij
Nieuw Limburg (PNL) over de productie van het woordenboek voor Limburgse
dialecten.
Door Peet Adams
MAASTRICHT Veertig jaar wordt er al
gewerkt aan het vastleggen van de woordenschat van de Limburgse dialecten. Het
woordenboek, volgens oorspronkelijk plan drie delen, uitgesplitst over 37
boeken, is nog steeds niet klaar. Er zijn 21 boeken te bestellen. De kosten zijn
inmiddels gestegen tot meer dan tien miljoen gulden.
F. Zinken van de
Statenfractie van de Partij Nieuw Limburg: "En het ergste is dat het
woordenboek helemaal niet te gebruiken is. Het is een monument dat straks in een
kast in het provinciehuis staat en er nooit meer uitkomt.
Het onderwijs kan er niets mee. Het
is niet te hanteren. Hooguit een handjevol wetenschappers wordt wegwijs in de
boeken.'
Het Statenlid doelt daarmee op het feit dat het Limburgs woordenboek
niet alfabetisch, maar op thema's zoals de landbouw en allerlei beroepen
gerangschikt is. Bovendien zijn de woorden in fonetisch schrift (volgens de
spraakklanken) weergegeven.-PNL gaat verantwoordelijk gedeputeerde M. Eurlings
(CDA, Cultuur) volgende maand tijdens een interpellatiedebat ter verantwoording
roepen voor de treurniswekkende' geschiedenis rond het Limburgs woordenboek.
Volgens Zinken is na al die jaren nog steeds onduidelijk wie
eindverantwoordelijk is voor de productie en ontbreekt elke controle. Bovendien
vindt de PNL-fractievoorzitter dat Eurlings hem in antwoord op eerdere vragen
onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd over de hoeveelheid geld die de
provincie al in het woordenboek heeft gestoken.
Uit het dossier dat Zinken
heeft samengesteld uit archiefstukken en inzage in briefwisselingen en
financiële verantwoordingen blijkt dat in 1961 aan de Katholieke
Universiteit Nijmegen de eerste regels voor het woordenboek werden geschreven.
De universiteit en het ministerie van Onderwijs zijn de geldschieters. Later
springt de provincie bij met forse bedragen en vanaf 1985 ook met de
salariskosten van eerst een en later twee medewerkers.
In 1986 ontstaat al
opschudding, omdat het alsmaar duidelijker wordt dat de productie vertraging
heeft opgelopen. Uit briefwisselingen in 1991 blijkt, dat iedereen er vanuit
ging dat het woordenboek uiterlijk op 31 december 1999 afgerond zou zijn.
Een
hele rits organisaties bemoeit zich inmiddels met het Limburgs woordenboek,
zoals het Sociaal Historisch Centrum Limburg (SHCL), de begeleidingscommissie
Woordenboek Limburgse Dialecten, de Katholieke Universiteit Leuven en de
Stichting Vrienden van het SHCL. Wie voor wat verantwoordelijk is, blijft
volgens Zinken onduidelijk.
Het rijtje financiers bestaat uit Nederlands en
Belgisch Limburg, het ministerie van Onderwijs, particuliere organisaties en de
Nijmeegse Universiteit. Het provinciebestuur stopte volgens Zinken al meer dan
twee miljoen gulden in het project. Gedeputeerde Eurlings beweerde in maart van
dit jaar nog dat de bijdrage van de provincie tot dan beperkt was gebleven tot
1,2 miljoen.
Op 8 december 1998 meldde de universiteit van Nijmegen dat de
kosten waren opgelopen tot 9.077.000 gulden. Een half jaar laten geven provincie
en Rijk nog eens ruim een half miljoen gulden. En de provincie betaalt nog
steeds het salaris van een van de medewerkers aan het woordenboek. Zinken:
"Ik ben bang dat we met de Raod veur 't Limburgs en de
streektaalfunctionaris, die dit jaar aan de slag zijn gegaan om het Limburgs
dialect te promoten, dezelfde chaos en wazige structuren kunnen
verwachten.'
Gedeputeerde Eurlings is op vakantie in het buitenland en kon
niet in details treden over de kwestie. In een korte reactie liet hij weten niet
de indruk te hebben dat er iets mis is met de subsidies voor het woordenboek.
"En die forse vertragingen hebben ook gespeeld bij de productie van
Nederlandse woordenboeken. Dat is niet symptomatisch voor het Limburgs dialect.'
Zijn plaatsvervanger, gedeputeerde J. Haazen (VVD), wilde niet reageren, omdat
het schriftelijke interpellatieverzoek van Zinken gistermiddag nog niet in het
provinciehuis was gearriveerd.
Woordvoerder T. van de Wijngaard van de
redactie van het woordenboek betreurt de kritiek van Zinken. "Je zou haast
denken dat de PNL-fractie met deze aanpak wat meer ruimte wil claimen voor het
woordenboek van het Algemeen Geschreven Limburgs (AGL), die ene Limburgse taal,
waarvoor die partij zich sterk blijft maken.' De zegsman beaamt overigens wel
dat het woordenboek moeilijk te lezen is door het verfijnde gebruik van
fonetische woorden. "Maar dat is een keuze die ooit is gemaakt om de
verschillende dialectwoorden zo gedetailleerd mogelijk te bundelen.' Het is nu
trouwens de bedoeling dat het woordenboek van de Limburgse dialecten in 2004
wordt afgerond. "Ziekte en voortschrijdende automatisering zijn de
belangrijkste redenen waarom de planning in de war is geschopt,' zegt Van de
Wijngaard. Vier redacteuren werken in Nijmegen en Leuven fulltime aan het
Limburgs dialect.
Hoe het met de belangstelling van de Limburgse bevolking
gesteld is voor de 21 delen vol dialectwoorden in allerlei varianten,
woordkaarten en illustraties? De boeken worden uitgegeven door drukkerij Van
Gorcum uit Assen. Van Gorcum liet weten dat er 4590 exemplaren verkocht zijn.
Voor elk boek betekent dat een gemiddelde van 218 exemplaren.
vrijdag, 06 juli 2001
Reactie van de werkgroep AGL
Het WLD heeft
zijn onbekendheid én een misverstand te danken aan de verkeerde naamkeuze (die dus
ook verkeerde verwachtingen heeft gewekt): het WLD is geen Woordenboek
der Limburgse Dialecten maar een OLD, Onderzoek naar de
Limburgse Dialecten.
Omdat ook op het
Maastrichtse Provinciehuis dit misverstand door fracties en provincieraadsleden
steeds ten onrechte is gebruikt als argument tégen het
AGL heeft de werkgroep AGL reeds op 27 juni 2000 in een brief aan de politieke
fracties het volgende gesteld:
>>>
"Er zijn woordenboeken én woordenboeken. Er is een verschil tussen
een 'betekenis'woordenboek, een 'vertalend' woordenboek, een 'verklarend'
woordenboek en een 'verzamelend' (volkskundig) woordenboek.
Het WLD (Woordenboek van de Limburgse Dialecten) is dit laatste.
Het woordenboek van het AGL is een vertalend woordenboek, d.w.z. Limburgse
woorden en uitdrukkingen worden in het Nederlands (en vice-versa)
vertaald."<<<
(de brief staat
in extenso in ons archief)
Zoals alle
misverstanden is ook het misverstand over het WLD hardnekkig, zoals maar weer
uit bovenstaand artikel blijkt. De Werkgroep AGL heeft zich nooit tegen
(vergelijkend) taalonderzoek gekant. Integendeel. Wij bestrijden wel de
opvatting dat uit taalonderzoek automatisch een handzaam woordenboek rolt of nog
erger: dat onderzoek leidt tot behoud of verrijking van de streektaal. Dat zal
in het veld moeten gebeuren, niet aan de universiteit.
Verder willen we geen ongevraagd commentaar leveren.
Slechts dit. De onbekendheid van dit woordenboek wordt goed geillustreerd door
een passage in het vorig jaar verschenen standaardwerk Handboek voor de
geschiedenis van Limburg, van dr.
P.J.H. Ubachs. Hij schrijft, na meegedeeld te hebben dat er verschillende
plaatselijke woordenboeken verschenen zijn: "(...) en als kroon op het werk
kwamen sinds 1965 de afleveringen van een Woordenboek der Limburgse Dialecten
van de pers." Dat moet zijn: 1983 - toen verscheen aflevering 1 van deel I.
Een verschil van achttien jaar. Zo'n vergissing maak je niet als het WLD
breed bekend was.
Overigens is het al bijna twee jaar geleden dat de
voorlopig laatste aflevering van het WLD verscheen: afl. 13 van deel I, gewijd
aan de landbouwvoertuigen.