Dagblad De Limburger 04 08 2001 (Opinie)
Elk jaar verdwijnen tien talen
Door Paul Schaepman
De wereld telt nog zo'n 6000 talen. Vroeger waren er dat veel meer. Per jaar verdwijnen zo'n tien talen. Doodzonde. De dood van een oude man, die als enige nog een taal spreekt, is te vergelijken met de verwoesting van een complete bibliotheek
In de dagen van een universele
taalstrijd, die elke dag duidelijker aan de dag treedt op het internationale
vlak, kunnen we allang niet meer spreken van taalperikelen die zich alleen
dichtbij, bij voorbeeld in de Voerstreek, voordoen. Taalstrijd is niet een
geïsoleerd iets wat zich alleen maar bij ons in de buurt zou afspelen
(immers dat soort plaatselijke taalstrijd is meer iets uit de schoolboekjes van
onze kinderjaren). Ten einde de zaken in het per-spectief te krijgen zijn de
gegevens van belang, die in het aprilnummer van de Unesco Koerier, jaargang
2000, over dit brandende onderwerp werden gepubliceerd. De harde feiten zijn
deze: er zijn nog zo'n 6000 talen in de wereld. Als we het alleen maar over
'native speakers' zouden hebben (sprekers van een moedertaal) dan is Chinees met
zijn 1.200 miljoen sprekers verreweg de grootste taal. Wanneer men echter de
talen indeelt op een andere wijze namelijk naar het criterium van talen die ook
gebruikt worden als voertaal, dan worden Mandarijn Chinees en Engels door zo
ongeveer een gelijk aantal mensen gesproken: een miljard. Gevolgd door het Hindi
-(+ Urdu) met 900 miljoen, het Spaans met 450 miljoen, Russisch met 320 miljoen,
Arabisch en Bengali met 250 miljoen, Portugees met 200 miljoen, Maleis en Bahasa
door 160 miljoen, Japans door 130 miljoen, Frans en Duits door 125 miljoen,
Punjabi en Yue Chinees door 85 miljoen sprekers.
Deze lijst geeft dus de top
tien van de talen aan voor zo verre die zowel door 'native speakers' als door
anderen als voertaal gebruikt worden. Vergelijkenderwijs: Nederlands wordt als
voertaal door circa 40 miljoen sprekers gebruikt. De orde van prioriteit op
wereldniveau is, terecht of ten onrechte, geheel anders dan de prioriteit die op
het Europese vlak aangelegd wordt. Engels en Spaans hebben een belang op
wereldniveau dat op het Europese vlak gerelativeerd wordt omdat er zo veel
mededingers zijn. Nederlands en de Scandinavische talen komen in de lijst van de
top tien geheel niet voor, laat staan het Fries of het verbrokkelde Limburgs.
Wat wel bekend is, is dat uit de 6000 talen die er op de wereld nog zijn, er
zo'n tien per jaar uitsterven. In Europa waar er volgens een van de gehanteerde
criteria nog 123 talen worden gesproken, zijn er 9 bijna uitgestorven, 26
bedreigd en 38 met uitsterven bedreigd. (Unesco Red Book on Endangered
Languages: Europe and North-east Asia). Voor sommigen moge dit alles een soort
'Vér-van-mijn-bed-show' zijn, maar voor al degenen die wat verder kijken,
is het van eminent belang dat in een steeds relatief kleiner wordende wereld er
internationaal begrip voor elkaar is; dus dat men elkaar direct verstaat, niet
alleen via vertalingen, en ten tweede dat de culturele eigenheid van de veelheid
van culturen waar mogelijk zo veel mogelijk behouden blijft. Ongeschreven talen
in de wereld bij voorbeeld in Afrika en in Nieuw Guinea, waar nog heel veel
verschillende talen worden gesproken, worden op de band vastgelegd voordat zij
uitsterven. En de dood van de oude man die als een enige een taal nog spreekt is
te vergelijken met de verwoesting van een bibliotheek. Ik heb met opzet niet
over de Limburgse taalkundige verdeeldheid gesproken. Waarom zou ik ook? Ik ben
zelf geen Limburger, maar een Geldersman die lang voor de Unesco gewerkt heeft
en daarom met dit thema begaan is. Maar dat het voor vele talen in de wereld een
zaak van leven en dood is, dat is zeker.
P. M. Schaepman uit Cadier en Keer is voormalig secretaris-generaal van de Nederlandse Nationale Commissie voor de UNESCO.
zaterdag, 04 augustus 2001