05 01 2004 Dagblad De Limburger / Limburgs Dagblad
Geen lapsjwahns in de Bijbel
Een taalmonument noemt hij het zelf. Jo
Bronneberg (66) uit Sittard vertaalde de vier evangeliën vanuit de Griekse
grondtekst naar het Limburgs. Over het verschil tussen 'paehrd' en 'paerd', een
denkbeeldige pastoor en 'sjtommerik' in plaats van 'lapsjwahns'. ?
Het was
een permanente taalstrijd.''
Eén ding stond voor Jo Bronneberg voorop bij het
schrijven van De Veer Evangelieje: het moest een volledig Limburgse tekst
worden. Zonder ook maar een Hollands woord. En ja, dan stuit je wel eens op
problemen. Triomfantelijk: ,,Want in Limburg kennen we geen vijanden en
zondaars.'' Voor andere woorden bestonden dan weer wel equivalenten, maar die
waren nog wel eens te grof van aard. ,,Voor bedriegen hebben we in het Limburgs
een prachtig woord. Maar om nou vernèùhke in de Bijbel te gaan zetten...''
Vernèùhke werd het dan ook niet. Misleije kwam immers net zo dicht in de
buurt. Vijanden en zondaars was wat lastiger, bekent Bronneberg. ,,Het is een
kwestie van beredeneren, van herleiden. Een ij wordt in het Limburgs een ie.
Handen is hènj. Dus vijanden werd viejenj.'' Voor zondaars paste hij min of meer
hetzelfde trucje toe. Resultaat: zunjaesj.
Voor alle duidelijkheid: het
is geen Veldeke-Limburgs dat hij heeft gebruikt, zegt Bronneberg. ,,Het is míjn
Limburgs. De hele vertaling is een solo-actie geweest. Ik heb wel om het
imprimatur - toestemming - van het bisdom gevraagd. Maar eigenlijk ben ik blij
dat ze het niet verleend hebben'', verzucht hij. ,,Neem de consecratie-woorden.
'Dit is mijn lichaam' heb ik vertaald met Dit is mie liehf. Ik weet niet of het
bisdom dat wel goed had gevonden.'' Ook is er geen bemoeienis van Veldeke
geweest. ,,Daar hanteren ze toch wat andere regels dan ik doe. Bij Veldeke nemen
ze het niet zo nauw met de sleeptoon. Ik maak dat onderscheid wel. Als je over
één paard spreekt heb je het immers over ein paehrd, terwijl twee paarden korter
van toon is: twee paerd.'' Bronneberg - oud-leraar Frans - is achteraf blij dat
hij de klus helemaal alleen geklaard heeft. ,,Samenwerken was simpelweg
onmogelijk geweest. Dan had ik compromissen moeten sluiten. En daar zou het
resultaat alleen maar onder geleden hebben. Nu had ik alle vrijheid. Ik heb aan
niemand verantwoording af hoeven leggen.'' Wel heeft Bronneberg een enkele keer
contact gehad met een collega-vertaler uit Twente. ,,Die deelde me vervolgens
mee dat hij een prachtige Twentse vertaling had gevonden voor een woord waar hij
al wekenlang over liep na te denken. Dan dacht ik: leuk voor jou, maar wat heb
ik daar aan?''
Vijftien jaar geleden begon Bronneberg aan zijn megaklus:
het vertalen van de vier evangeliën (Markus, Mattheus, Lukas en Johannes) vanuit
de Griekse grondtekst. En hoewel de Bijbel inmiddels in zo'n 2300 talen en
dialecten is vertaald, was hij de eerste die het Limburgs voor zijn rekening
nam. ,,Ik heb me daar wel over verbaasd. De Franse en Duitse vertalingen zijn
eeuwenoud. En dan volgt nu het Limburgs pas. Maar dat was wat ik wilde aantonen:
dat wat in het Frans, Duits of Engels mogelijk is, ook in het Limburgs
kan.''
Natuurlijk had hij het zichzelf makkelijk kunnen maken door te
vertalen vanuit de Nederlandse tekst. Maar hé, zo werkt het niet natuurlijk. En
dus schafte Bronneberg een enorme stapel boeken - ,,mijn medevertalers'' - aan.
Woordenboeken en vooral bijbels in het Latijn, Frans, Duits en Spaans. Al bleef
de Griekse tekst vanzelfsprekend de basis. Bronneberg: ,,Onder vertalers heb je
eigenlijk twee scholen: zij die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke versie
in de buurt blijven en zij die daar wat losser mee omgaan. Ik behoor tot die
eerste groep. Natuurlijk kijk je dan wel eens in de Franse of de Duitse
vertaling. Even spieken hoe zij het doen. Maar ik heb altijd mijn eigen afweging
gemaakt.''
Het probleem zat hem volgens Bronneberg niet eens zozeer in
het Grieks, maar in het Limburgs. ,,Pfff, grammatica'', zucht hij. ,,Is het geer
wèrt of geer weurt? Och, wat heb ik soms getwijfeld. Dagenlang. Het was een
permanente taalstrijd. Ik heb er zelfs mijn vrouw 's nachts voor wakker gemaakt.
Hoe klinkt dit?, vroeg ik dan. En als ik dan eenmaal een beslissing had genomen
en het een week later teruglas, begon ik opnieuw te twijfelen.'' Hij wijst naar
het beeldscherm van zijn laptop. Verziej N, staat er groot bovenaan het
document. Het bewijs van zijn monnikenwerk. ,,Kan je nagaan. De versies a tot en
met m heb ik al gehad.''
Behalve dat de vertaling volledig, maar dan ook
volledig Limburgs moest worden, hield Bronneberg bij het schrijven nog één ding
voor ogen: het moest een waardige tekst worden. Geen vernèùhke dus. En ook geen
lapsjwahns, zoals het Griekse woord 'raka' zich nog het best laat vertalen.
Sjtommerik is toch wat netter. Bronneberg: ,,Ik heb altijd een denkbeeldige
pastoor naast me gevoeld, die over mijn schouder meekeek. De tekst moest tijdens
een mis voorgedragen kunnen worden.''
Bronneberg is blij dat zijn werk
af is. Hij noemt het een taalmonument. ,,Ik hoop dat het over honderd,
tweehonderd jaar nog eens wordt gelezen en dat men dan zal zeggen: 'Het is toch
maar goed dat die Bronneberg dat heeft opgeschreven'. Ik zie het als een foto of
een film. In ieder geval een momentopname, waaruit blijkt hoe er in de tweede
helft van de twintigste eeuw Limburgs werd gesproken en geschreven.''
Het enige dat de Sittardenaar nu nog
zoekt, is een aantal kritische lezers die zijn vertaling van op- en aanmerkingen
willen voorzien. Zodra dat is gebeurd, hoopt Bronneberg dat de vertaling op
korte termijn wordt uitgegeven. En anders bindt hij hem zelf in, want dat kan
hij ook. ,,Maak ik er één voor het Rijksarchief, voor de Koninklijke Bibliotheek
en een paar om weg te geven.''
En hoe nu verder? Het Nieuwe Testament wil
Bronneberg nog afmaken, maar niet voordat hij zijn nieuwe klus - een boekje over
Limburgse grammatica - heeft voltooid. En het Oude Testament? Geen haar op zijn
hoofd. ,,Dan moet ik Hebreeuws gaan leren. En dat gaat me echt wat te ver.''