01 12 2003 Dagblad De Limburger

'Erkennen Limburgs als taal onwenselijk'

Maastricht - Het is niet goed dat in Nederland twee dialecten (het Nedersaksisch en het Limburgs) zijn erkend als officiŽle streektaal. De overheid moet voorkomen dat ook andere streektalen zo'n door Brussel erkende status krijgen.
Dat zegt Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut in Amsterdam. Dat onderzoekt en documenteert de verscheidenheid van taal en cultuur in Nederland.
,,De mogelijkheid tot erkenning als streektaal door Brussel is bedoeld als een garantie van echte minderheidstalen, zoals het Baskisch, het Bretons en het Keltisch'', zegt Bennis. ,,De vraag is of je dat ook moet toepassen op streektalen in Nederland.'' Een officiŽle status voor het Limburgs is overbodig, meent hij. ,,Iedere Limburger weet dat het Limburgs niet bestaat. In Limburg zijn bijna net zo veel dialecten als er dorpen zijn. Als het dialect ergens een status heeft, dan is het hier wel.''

Bennis zet zijn opvattingen uiteen in een bijdrage in het onlangs verschenen boek 'Waar gaat het met het Nederlands naar toe?'. Hij is om twee redenen tegen een officiŽle status voor streektalen in een klein taalgebied als Nederland. ,,Een spreker van een plaatselijk dialect moet dan op de hoogte zijn van een regionale standaardtaal en de Nederlandse standaardtaal.'' Volgens Bennis zorgt de erkenning van een streektaal voor een devaluatie van lokale dialecten. In dialectbevordering, door onderwijs of een streektaalfunctionaris, ziet Bennis niets. ,,Waarom iets bevorderen dat al een functie heeft? Als een functie vervalt, verdwijnt ook de noodzaak.''

In een reactie zegt streektaalfunctionaris Pierre Bakkes dat de provincie juist streeft naar het instandhouden van de verschillende Limburgse dialecten. ,,De provincie wil juist voorkomen dat de bonte schakering van dialecten wordt opgeofferd aan een Limburgse standaardtaal.''


ZIE OOK PAGINA C3 / Scala/ cultuur


maandag 01 december 2003 /Dagblad de Limburger / Scala / Cultuur

STREEKTALEN STERVEN UIT, NET ALS DE KORENWOLF

Een streektaal een officiŽle status geven dient niet zozeer een taalkundig als wel een politiek doel, meent directeur Hans Bennis van het Meertens Instituut. De dialecten zelf worden er niet beter van.?

Streektaalbevordering heeft geen effect.

Door Wido Smeets

Is het nodig dat een streektaal een officiŽle status heeft? Is de volgende stap noodzakelijkerwijs dat basisscholen op termijn dialect gaan onderwijzen? Het levert geen dialectspreker meer op, meent Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut en hoogleraar taalvariatie in Amsterdam. Hij heeft grote twijfels bij de neiging om streektalen een officiŽle status te verlenen.

,,Streektaalerkenning door Brussel is bedoeld als een garantie voor echte minderheidstalen, zoals Baskisch, Bretons en Keltisch'', zegt Bennis. ,,Die bescherming is ook redelijk, omdat die talen dreigen te worden vermorzeld door de standaardtalen in die landen.''

Moeten overheden dan stoppen met het ondersteunen van streektalen?

,,Het is niet wenselijk dat al die streektalen dezelfde status krijgen als het Baskisch of het Bretons. Die bevestiging is vaak ook overbodig. Als dialecten ťrgens een status hebben, dan is het wel in Limburg. Daar zijn bijna net zo veel dialecten als er dorpen zijn.

Door het Limburgs toch een officiŽle status te geven, creŽer je een situatie waarbij in het bewustzijn van mensen het Kerkraads -toch een sterk lokaal dialect- geen echte streektaal is. De Nederlandse overheid zou zich daar terughoudender in moeten opstellen. Okť, het Limburgs en het Nedersaksisch hebben nu die status, maar laten ze het daar bij houden. Zeeland is er nu ook mee bezig; het wordt zo meer een politieke dan een emancipatorische kwestie, een behoefte aan identificatie.''

Hoe belangrijk is die drang tot identificatie?

,,De mens heeft er een ingebakken behoefte aan. Waarom zetten Ajax-fans allemaal hetzelfde petje op?
Ik ben een geboren Amsterdammer. Wanneer ik in vergadering zit, spreek ik Algemeen Beschaafd Nederlands. Als ik de kroeg induik, praat ik plat Amsterdams. Iedereen heeft de behoefte ergens bij te horen.''

Heb je daar een dialectvereniging als Veldeke voor nodig?

,,Een beetje polarisering kan geen kwaad, maar ik deel hun opvattingen niet. Zij zien cultuur als een historisch verschijnsel, voor mij is het een eigentijds verschijnsel. Of iets 500 jaar geleden of gisteren is bedacht, zal me worst wezen, als het maar een rol speelt in het groepsproces. Cultuur is niet statisch, maar dynamisch.''

Wat is dan de rol van een streektaalfunctionaris?

,,Zolang hij zich inzet voor de emancipatie van het dialect, ben ik ervoor. Men heeft te lang gedacht dat een dialect een minderwaardig soort Nederlands is, een spraakgebrek. Maar op het moment dat hij een rol gaat spelen in het aanwakkeren van het gevoel van 'Limburg tegen de rest van het land', vind ik het al minder.
Ik geloof ook niet in de bevordering van het dialect. Waarom iets bevorderen dat al een functie heeft? Als ergens de functie van vervalt, verdwijnt ook de noodzaak. Wereldwijd verdwijnen er steeds meer talen. Uit oogpunt van diversiteit kun je dat erg vinden, maar het is nu eenmaal de consequentie van een veranderende samenleving.''

Wat vindt u van dialectonderwijs op de basisschool, en dialectcursussen voor hbo'ers.

,,De meeste Limburgers zijn tweetalig. Dat hoef je dus niet te bevorderen.
Een dialect in stand houden door het op school te onderwijzen, levert niets op. Het Vlaams heeft de status van officiŽle streektaal niet gekregen, omdat het te dicht bij het standaard Nederlands zou staan. Dat is onzin, het Vlaams wijkt veel meer af dan het Fries. Welnu, het Fries is jarenlang onderwezen in het basisonderwijs, toch zien we dat het aantal mensen dat Fries spreekt, snel afneemt. Bij het Vlaams is van zo'n achteruitgang geen sprake. Taalbevordering heeft geen effect, noch door een streektaalfunctionaris, noch door dialectonderwijs in die taal.''

Tweetalige plaatsnaamborden dan?

,,Het heeft wel iets feestelijks, ik ben er absoluut niet op tegen. Zolang je de plaatselijke bevolking maar laat beslissen over de spelling. Maar ik kan me niet voorstellen dat de inwoners hun identiteit ontlenen aan zo'n bord. Als het lokale dialect sterk genoeg is, heb je daar geen plaatsnaamborden voor nodig.
Het is het 'korenwolf-effect': als er steeds minder van is, gaan we ons zorgen maken dat het uitsterft. Met die diertjes is het als met talen: ze sterven uit omdat ze geen rol meer spelen. De samenleving verandert nu eenmaal voortdurend.''