26 11 2003 Dagblad De Limburger, editie Maastricht

Dialectstraatnamen is 'blijven lachen'

John Hoofs

MAASTRICHT - Er rust een vloek op de Jodenstraat. Dat wil zeggen: op de Maastrichtse vertaling. Werd eerst een tweetalig straatnaambordje met het foute Jäögstraot op de gevel van kledingzaak Hochstenbach geschroefd, blijkt het gecorrigeerde exemplaar een nog veel grotere knoeperd van een fout te bevatten: Jäöstroat. De g gesneuveld, maar de a en de o verwisseld. Net zoals Platte Zoal indertijd bij de opening. Erger gaat niet.

De tweetalige straatnaambordjes in Maastricht blijven zorgen voor hilariteit. Op de gevel van een kledingzaak op de hoek van de Jodenstraat en de Muntstraat is er opnieuw een geschroefd met een fikse fout tegen het Maastrichts: Jäöstroat. Inderdaad, a en o verwisseld, een klassieker. De Platte Zoal op herhaling. ,,Je kunt blijven lachen met die bordjes'', schatert Pol Brounts (84) van Veldeke Krink Mestreech en adviseur van de gemeente bij het vertalen van de namen van 41 centrumstraten in Maastrichts dialect. Voor zover hij weet, is het zeker de vierde fout die is ontdekt. ,,Ik weet niet wie hier verantwoordelijk voor is, maar die man kunnen ze beter postzegels laten plakken.''

Ontdekker van de jongste blunder tegen het Mestreechs is Nico Zeekaf (75), die ook al mekkerde over de vertaling van Bredestraat en Maastrichter Smedenstraat in Breistaot en Smeistraot. Hij mist de j, die in het Maastrichts nadrukkelijk wordt uitgesproken. Terwijl die letter nota bene in de 'Diksjenaer van 't Mestreechs' van Endepols uit 1955 wel degelijk is toegevoegd: Breijstraot. Dat woordenboek wordt door veel Maastrichtenaren als 'bijbel' gehanteerd voor het lokale dialect, net zoals de Van Dale voor Nederlands.

,,Maar ja'', constateert Nico Zeekaf droog, ,,dat stel betweters van Veldeke Krink Mestreech heeft daar geen boodschap aan. Mijn moeder zei altijd: God weet alles, maar een onderwijzer weet alles beter.'' Een expliciete sneer naar Pol Brounts, die een heel leven in het onderwijs zat. Nog niet zo lang geleden behaalde Zeekaf een leuk succesje met het melden van het foute Jäögstraot. Hij had een naar Amerika geëmigreerde Maastrichtenaar op bezoek die tijdens een wandeling door zijn geboortestad struikelde over de dialectvertaling en zeker wist dat het woord zonder g gespeld werd. Het leidde tot een dispuut in een huis-aan-huisblad, waarna de gemeente opdracht gaf het straatnaambord te laten vervangen. Met een nieuwe fout als resultaat: Jäöstroat. Zeekaf zegt niet als een oude zeur te willen overkomen, ,,maar als ik zo'n verschrikkelijke fout zie, dan kan ik niet zwijgen''. De reden is simpel: als ambtenaar van de gemeente was hij jaren bezig met straatnamen en huisnummers. ,,Daarom kan ik mijn ogen niet van die bordjes afhouden. Weet u trouwens dat in de binnenstad de verplichte huisnummerbordjes vrijwel verdwenen zijn? Ik stik van de angst dat daardoor ooit een ambulance 's nachts iemand niet kan vinden. Maar dat is weer een ander verhaal.''

Zeekafs tegenstrever Pol Brounts begrijpt wel dat nu en dan commotie ontstaat over de dialectvertaling van straatnamen. ,,Iedereen bemoeit zich ermee, ook mensen die er niks vanaf weten. Vanaf mijn achttiende ben ik elke dag bezig met het Maastrichts te bestuderen. Ik weet waar ik het over heb. Maar dan komt Jan-met-de-pet die roept dat hij het beter weet. Dat een woord bij hem thuis op een bepaalde manier werd uitgesproken of geschreven is dan ineens de enige juiste spelling. Zo zit dat niet.''

Hoe zit het dan met de vertaling van Kersenmarkt, mijnheer Brounts? Keesmerret, dat nu in tweevoud op de gevel tegenover café Au mouton blanc is bevestigd, oogt niet bepaald als correct Mestreechs. Endepols rept van keerseboum en keersevlaoj. Keesmerret zal Nederlandse toeristen een lachmoment bezorgen, want Van Dale definieert kezen (keesde, gekeesd) als volkstaal voor 'met een vrouw geslachtsgemeenschap hebben'. Daar komen normaal gesproken geen kersen aan te pas. Dus van Keesmerret snapt een Maastrichtenaar helemaal niks. ,,Kan ik me voorstellen'', erkent Brouns. ,,Endepols heeft ook gelijk met zijn keers, ook al moet je oppassen dat je ze niet verwart met boezjie (kaars). De kersenmarkt was vroeger een markt waar groenten werden verhandeld. Dus Keersemerret ligt voor de hand. Maar ik ben bij de vertaling afgegaan op wat mijn moeder zei en wat ik in de archieven bevestigd vond. Vandaar Keesmerret.''

Brounts zegt te hopen dat hij de tijd van leven heeft om een foldertje te kunnen maken waarin alle afwegingen voor de dialectvertalingen worden toegelicht. Want soms zitten er complete verhalen achter bepaalde straatnamen. Neem die vermaledijde Jäöstraot. ,,Die stamt uit de Franse tijd'', weet Brounts. ,,Ze heette Rue de la Jeunesse. Dat werd in de loop der eeuwen verbasterd tot Jäöstraot.'' Hij is het er eigenlijk niet mee eens dat de g is gesneuveld, want gevoelsmatig hoort die er wel bij. ,,In zo'n uitlegfoldertje kun je dat allemaal uitleggen. Maar ja, voorlopig geen tijd. Eerst moet de nieuwe 'diksjenaer' klaar. Daarna zien we wel weer.''