Maandag 20 10 2003 - Dagblad De Limburger
(Scala)
LiLiLi-daag: de ene Li is de andere
niet
door Wido Smeets
THEATER - Een goed liedje liegt nooit, zong Gé Reinders ooit, en zo is het: kwaliteit laat zich niet verloochenen. De Roermondenaar, inmiddels ook buiten de provinciegrenzen een gewaardeerde artiest, stond gisteren als slotact geprogrammeerd op de Zesde LiLiLi-daag in de Stadsschouwburg in Sittard. De acts waren verdeeld over de grote en de kleine zaal; niet naar kwaliteit of verdienste, maar naar de gehanteerde taal. Alleen auteurs die in het dialect schrijven, mochten op het grote podium hun kunsten vertonen. Een kleine traditie inmiddels: gisteren werd voor de zesde keer de LiLiLi-daag gehouden. In Sittard, zo noordelijk is het project van dialectvoorvechter Paul Weelen nog nooit gekomen. Ditmaal ging het over Limburgse (liedjes)schrijvers, pardon: dialectschrijvers.
Initiatiefnemer en dialectgoeroe Paul Weelen vindt die selectie normaal. De stichting LiLiLi (Limburgse Literaire Lies) is er om het dialect te promoten; wie in het Nederlands publiceert, komt niet verder dan het bijprogramma. Weelen: ,,Die auteurs komen elders volop aan bod." Los van de vraag of dat klopt, blijft de keuze voor deze literaire apartheid curieus, ook omdat LiLiLi financieel wordt ondersteund door de provincie.
Een andere overweging had kunnen zijn dat enkele Nederlandstalige auteurs op het hoofdpodium het niveau daar bepaald niet omlaaggehaald zouden hebben. Hoe is natuurlijk vloeken in de kerk, maar het blijft een handicap dat het palet aan gepresenteerde dialecten de toegankelijkheid van zo'n dag niet ten goede komt. Aan iemand die in Midden-Limburg of op de Venrayse prairies is opgegroeid, gaan de teksten van mensen als Frans Bremen uit Landgraaf en Laur Rutten uit Gronsveld - wiens performance sterk aan Jaap Fischer deed denken - grotendeels voorbij. In de combinatie met muziek is dat probleem minder groot, zie het succes dat dialectschrijvers als Gé Reinders en Jacq Poels ook boven de rivieren hebben. Een goed liedje liegt immers nooit, al wordt het in het Swahili gezongen. Het wisselvallige niveau stond niet in de weg dat er in de grote zaal op zijn tijd volop te genieten viel. Echte vlinders van Sjra Puts (hij droeg het op aan een vriend, ,,een leedje vur Peetje") staat nog steeds als een huis. Wim Kuipers is als woordkunstenaar een fenomeen, hoewel hij soms te snel door zijn teksten trekt.
Frans Pollux liet horen dat 'zeikleedjes' best de moeite waard kunnen zijn en Arno Adams, ja, Arno Adams is nu eenmaal top. He's got the blues, zoals de Amerikanen dat zeggen, van zijn teennagels tot zijn kruin. De zangers-met-gitaar werden afgewisseld door de schrijvers en de dichters, en dat viel dus niet altijd mee. Ze maakten twee dingen duidelijk: dat nostalgie inmiddels de grootste concurrent is van de verongelijktheid als meest Limburgse karaktertrek, en dat een aardige anekdote of een leuke herinnering ophalen niet in alle gevallen tot literaire teksten leidt, hoe exotisch een dialect soms ook kan klinken. Bij LiLiLi is de ene Li de andere niet. De belangrijkste Li is niet die van literair, maar van Limburg, in de betekenis van dialect. Een wapenschouw van het geschreven woord in Limburg werd het dus geen moment, gisteren in Sittard. In de kleine zaal, voor een te klein publiek dus, lieten Ton van Reen en Wiel Kusters zien dat niet alleen schrijven, maar ook voordragen een gave is. Van Reen las een verhaal voor uit zijn volgend jaar te verschijnen nieuwe bundel, Kusters gaf bijna fluisteren enkele passages ten beste uit zijn pas verschenen novelle De zomerschool, met een knipoog naar het vroege werk van Jacques Hamelink. Aan de meeste bezoekers van de LiLiLI-daag ging het optreden voorbij, maar dit was de Li van literair. Tijdens de LiLiLi-daag presenteerde uitgeverij TIC een boek en een cd met een selectie van dialectliedjes uit heden en verleden, getiteld Leedjes Laeze/Leedjes Luustere. Gezamenlijke prijs 29,90 euro.