05 04 2003 Dagblad de Limburger (lezersbrief)

Plaatsnamen 4

Ik mag graag mijn pen wetten voor een sportieve woordenstrijd. Maar als mijn opponent mij als tegenstander van 'leugens' gaat betichten, dan vind ik mijn waardigheid in het geding komen. Wim Kuipers is zo verstandig geweest dit keer het spellingboekje van Jan Notten te raadplegen. Hij heeft dus zeker gelijk als hij verwijst naar het geadviseerde gebruik van het accent circonflexe oftewel het hoedje: ^. Dit teken wordt in de schrijfwijze van het Venlose dialect, naast het accent aigu, algemeen gebruikt voor het aangeven van de ó-klank zoals in bós/bos, dóm/dom. Om verwarring bij de vele dialectschrijvers te voorkomen, hebben de samenstellers van het Venloos Woordenboek indertijd besloten om het accent circonflexe in de daarin gehanteerde spelling niet te gebruiken en voor de ó-klank uitsluitend het accent aigu. Zij meenden daarvoor de mogelijkheid te krijgen in punt 3 op blz. l van het spellingboekje van Jan Notten waarin respect voor de herkenbaarheid van de plaatselijke dialecten voorop staat. Helaas verzuimde ik dit in mijn eerste reactie te vermelden. Voor de klinkerwijziging met naslag bleef het trema gehandhaafd, bijvoor beeld in gewoeën/gewoon. Wat betreft de klinker ie, uu en oe heeft Wim Kuipers ook gelijk als hij zegt dat een ie geen o of a is. Dat is duidelijk. In het Venlose dialect echter komt bijvoorbeeld de klinker ie voor in de woorden: liene/lijnen en lieëne/lenen. Zonder dit in de geschreven vorm aan te geven met een teken - dat niet voor niets betekenisonderscheidend is - is de herkenbaarheid van zo'n woord waarschijnlijk alleen voor Wim Kui- pers duidelijk. Maar misschien is dat wel gelogen.

J. Alsters-V.d.Horr, Venlo