15 03 2003 Dagblad De Limburger (Lezersbrief)

Plaatsnamen

Zoépkočlen of gewoon spellen (26/2) De onlangs gepubliceerde lijst van de Vereniging Veldeke met plaatsnamen in het plaatselijk dialect heeft bij bepaalde dialectspieders heel wat beroering veroorzaakt. Dit is niet ongewoon. Zolang er dialect geschreven wordt en hier geen wettelijk bepaalde dwingende regels voor zijn, zal een dergelijk gekissebis wel altijd blijven. De Vereniging Veldeke heeft als doelstelling het behoud en bevorderen van de Limburgse volkscultuur en haar dialecten. De schrijfwijze van de dialecten is vanzelfsprekend een belangrijk onderdeel van deze doelstelling. Sinds 1942 beschikt de vereniging over een spellingregeling van Dr. W. Roukens, in 1951 aangevuld door Dr. J. Kats. Om een betere aansluiting bij alle Limburgse dialecten te verkrijgen en de uniformiteit van de schrijfwijze te bevorderen, heeft Veldeke in 1983 een boekje laten verschijnen onder de titel: "Aanwijzingen voor de spelling van de Limburgse dialecten". Deze spellingregeling van Jan. G.M. Botten is mede tot stand gekomen op basis van een door een speciaal daartoe ingestelde commissie verricht werk. De hierin vastgestelde schrijfwijze wordt binnen Veldeke tot op de dag van vandaag nagenoeg onveranderd gehandhaafd. Er is gekozen voor een fonologische spelling die de betekenisonderscheidende waarde en de herkenbaarheid van de woordvorm voorop laat gaan. En niet een fonetische waarin 'alle klankverschillen zo nauwkeurig mogelijk worden weergegeven' (sic) zoals Wim Kuipers in zijn reactie ten onrechte noteert. In het Venlose dialect kennen de klinkers ie, uu en oe drie verschillende uitspraken die ieder een betekenisgevende functie hebben. Om deze in de geschreven woordvorm herkenbaar te maken zijn er dus diacritische tekens nodig die de juiste uitspraak van een letterteken aanduiden. Welke tekens hiervoor in de Veldeke-spelling worden gebruikt, kan de geďnteresseerde dialectlezer al sinds 1983 in het spellingboekje van Kotten terugvinden. Er zijn bij deze schrijfwijze dus geen warrige vraagtekens nodig, noch wordt hier 'een eigen uitspraak verzonnen en weergegeven'. Het is opmerkelijk dat ieder buitengaats dialectbriesje op dit gebied controverse en onrust aan de wal teweeg brengt. Iedere spellingregeling berust grotendeels op gemaakte afspraken. Binnen Veldeke brengen de door taalkundigen samengestelde aanwijzingen voor de spelling van de Limburgse dialecten al twintig jaar rust en stabiliteit.

J. Alsters-V.d. Hor, Venlo