26 02 2003 Dagblad De Limburger (Opinie)

De dialectvereniging Veldeke stelde een lijst samen van de Limburgse plaatsnamen in plaatselijk dialect. Wim Kuipers staat al bijna twintig jaar op de bres voor een AGL, een Algemeen Geschreven Limburgs.

Zoépkoèlen of gewoon spellen

Wim Kuipers

't Is mich get met die (plaats)namen in het Limburgs. Laat ik me beperken tot enkele opmerkingen over één probleem, de è. Journalist Wido Smeets wond zich anderhalve week geleden op over de spelling Wèssem voor Wessem. (zie ons archief)
 Ik geef hem behoorlijk gelijk. Waarom zou je bij de ingang van het Spijkerkwartier in Arnhem ineens een bordje Ernum zetten?

Lei Heijenrath, hoofdbestuurslid van Veldeke Limburg, diende Smeets van repliek. (zie ons archief)
Hij legt uit dat Veldeke een spellingsysteem heeft laten ontwerpen dat - ik citeer: "zoveel mogelijk recht doet aan de feitelijk te horen uitspraak.' Zoiets leidt onherroepelijk tot problemen. Wie hoort wat? Heijenrath gaat zelf al meteen de mist in als hij als voorbeeld de naam Sjevemet (Chèvremont) geeft, want dat is, zegt hij: "in de uitspraak qua klinkers verwant aan het Nederlandse gemeten.' In beide woorden worden drie verschillende klanken weergegeven door één teken, de E. Kennelijk geen probleem.

Maar het ging om Wèssem. Daarin zit een klank die het Nederlands nauwelijks kent, die "uit het Franse mais (=maar)', zegt Heijenrath. Ik citeer weer: "Omdat de Veldeke-spelling aansluiting zoekt bij het Nederlands en niet bij het Frans, is gekozen voor weergave van die klinker met het schriftteken è, (...) dus Wèssem.'

Deze redenering is een beetje moeilijk opgeschreven, maar veel bezwaren heb ik nog niet. Ik constateer wel dat in het Nederlandse blèren, die è behoorlijk anders is. Het is de klank van (Rowwen) Hèze en mosa- saurus Bèr, dus in de spelling van Veldeke de ae (zie de spelling Naer voor Neer).

-Zelfs hier kan ik mee leven. Maar nou kom ik de laatste maanden nog een paar zeer vreemde è's tegen, in de dezer dagen populaire namen Boètegewoeëne Boètezitting en Zoèpkoel (ook een soort plaatsnaam). Het gaat hier niet om de klank van het Franse mais, maar om - ja wat? Om de misschien ietwat andere uitspraak van de klank oe aan te geven? Maar dat gaat toch om nauwelijks hoorbare verschillen? Bovendien: wat betekenen deze streepjes? Ik lees ook Zoépkoél (Scala van 6 febr.) en er zijn nog een paar varianten.

-Ik constateer dus: men verzint hier gewoon een eigen uitspraak en een manier van weergeven. Daar is niemand bij gebaat. Spelling is een afgesproken, eenduidige schrijfwijze om schriftelijk te communiceren. Het is géén transcriptie (weergave) van uitspraak, noch van vreemde trillingen die een toehoorder op zijn trommelvlies meent waar te nemen. Als je meent (zoals Veldeke) dat je alle klankverschillen zo nauwkeurig mogelijk moet weergeven, kijk dan naar het Engels: de wereldtaal, maar met een krakkemikkige spelling.

Wat moet er dus gebeuren? Er dient voor de zes jaar geleden erkende Limburgse taal een woordenlijst te komen waarin ALLE woorden van die taal op één manier gespeld worden. Ik heb er alle begrip voor dat Veldeke dat niet wil, want dan komt er herrie met vele honderden leden, want die vinden de (juiste) uitspraak het belangrijkste kenmerk.

Het gaat echter - nogmaals - om de geschreven taal. Schrijvers moeten weten: dit woord spellen we zo, niet anders. Twee: laat die schrijvers daarom zelf beslissen over de spelling van het Limburgs. Die mag niet geregeld worden door mensen die a) geen beslissingen durven of willen nemen, en b): niet of zelden in het Limburgs publiceren, want ze kunnen de problemen en gebreken van hun spelling niet overzien.

Wim Kuipers is oudjournalist van deze krant

Nvdr:
(de lijst met plaatsnamen staat op de website www.veldeke.net)
In dit debat kwamen bij Dagblad De Limburger ook drie lezersbrieven binnen. Zie ons archief: lezer 1; lezer 2  lezer 3 lezer 4 lezer 5 lezer6
Paul Prikken had het in zijn dialectcolumn in dezelfde krant over het verschil tussen Remunj en Remuunj.