Dagblad De Limburger, zaterdag 22 februari 2003 / Pagina Opinie
Journalist Wido Smeets haalde vorige week hard uit naar pogingen van Veldeke de namen van Limburgse plaatsen in het dialect aan te duiden. Vandaag reageert Veldeke. Wat is er mis met accentueren van de Limburgse eigenheid?
Waarom Mestreech, Remuunj en Wèssem?
Lei Heijenrath
In 1997 is de verzameling Limburgse
dialecten officieel erkend als streektaal op basis van het
Europees Handvest voor Streektalen of Talen van Minderheden. Dat was een vreugdevol moment
voor veel Limburgers en devereniging Veldeke die zich inzet voor het
behoud van de streektaal. Het is uiteraard ieders goed recht
om ten aanzien van het in stand houden en bevorderen van hetgebruik van
het dialect er een andere mening op na te houden. Wie
echter publiekelijk, bij voorbeeld als journalist bij een Limburgse krant, meent te moeten ageren tegen initiatieven
die de studie of het gebruik van het dialect beogen
te bevorderen, doet er goed aan zich enige kennis van de materie
eigen te maken.<
BR>
Daarom is het jammer,
dat de bijdrage van Wido Smeets op de opiniepagina van zaterdag 15 februari zo
duidelijk blijkt geeft van het feit dat hij niet de moeite heeft genomen, zoals
hijzelf schrijft, zich goed te informeren. Dat is voor iemand die als serieus te
nemen journalist door het leven wil gaan zoiets als een doodzonde. Wat is er aan
de hand? Op verzoek van het provinciaal bestuur heeft Veldeke een Lijst van
Limburgse Plaats- en Gemeentenamen in het Limburgs laten samenstellen.
Die
lijst vermeldt een zeer groot aantal namen van plaatsen in de dialectische
uitspraak zoals die ter plaatse gangbaar is. Om enkele voorbeelden te geven:
Mestreech, Remuunj, Kirchroa. Wil je dat adequaat doen, dan is het handig om
daarbij een spellingsysteem te hanteren, dat zoveel mogelijk recht doet aan de
feitelijk te horen uitspraak. Dat lukt niet zo best als je je moet beperken tot
het spellingsysteem van het Nederlands. Het Limburgs heeft immers veel meer
klanken dan het Nederlands.
Daarom heeft Veldeke door enkele taalgeleerden een voor het
Limburgs beter hanteerbaar spellingsysteem laten ontwerpen. Dat leidt
bijvoorbeeld bij het gebruik van het klankteken e tot de volgende varianten:
Sjevemet (=Chèvremont) dat in de uitspraak qua klinkers verwant is aan het
Nederlandse 'gemeten'. Tekenend voor een aantal dialectwoorden is, dat zij met
de klank uit het Franse mais (=maar) gerealiseerd worden. Omdat de
Veldeke-spelling aansluiting zoekt bij het Nederlands en niet bij het Frans, is
gekozen voor weergave van die klinker in bijvoorbeeld de dialectuitspraak van
Bingelrade met het schriftteken è, dus Bèngelder; zo ook Wèssem. Het is dus geen
klemtoonteken, beste Wido Smeets, maar een spellingteken om deze klank te
preciseren.< /FONT>
Nou ja, dat moet je ook maar weten, hoor ik u
denken. Het staat allemaal in de inleiding die voorafgaat aan de
toponiemenlijst! En goede journalistiek vereist... Rechtvaardigt zo'n
journalistieke scheve schaats een uitgebreide reactie? Er is iets meer aan de
hand. Wat Veldeke op verzoek van het provinciebestuur heeft gedaan kan worden
omschreven als het documenteren van een stukje Limburgs cultuurgoed. Dat dit
documentatiemateriaal interessant is voor taalkundigen, meer in het bijzonder
dialectologen, hoeft geen betoog. Daarnaast kan het zijn diensten bewijzen aan
al diegenen die via het dialect de eigenheid van Limburg willen accentueren. Wat
is daar in 's hemelsnaam verkeerd aan? De provincie Limburg heeft - in navolging
van andere provincies die over een streektaal beschikken - een
streektaalfunctionaris aangesteld en een Raod veur 't Limburgs in het leven
geroepen. Het is de bedoeling dat op die wijze een echt streektaalbeleid wordt
vorm gegeven. Dat is langs de weg van de democratische besluitvormingsprocedures
met algemene instemming van provinciale staten besloten. Veldeke werkt daar met
overtuiging aan mee.
Dat zal niet tot enthousiasme leiden bij Wido Smeets:
hij was niet van plan te gaan stemmen op 11 maart en zal zeker
geen aansporing vinden in het feit dat de provincie via de Raod veur
't Limburgs en de streektaalfunctionaris een methode voor dialectonderwijs in het basis en
voortgezet onderwijs aan het voorbereiden is.
Bij Veldeke kunnen wij ermee
leven, dat niet iedereen respect aan de dag legt voor het Limburgse culturele
erfgoed, al vinden we dat jammer. Er zullen altijd mensen zijn die zich liever
geen rekenschap geven van de culturele traditie waarin zij staan. Zij zullen
daar hun redenen voor hebben.
Wat wij ons wel eens afvragen is wat
iemand die deze attitude uitdraagt, zoekt bij een Limburgse krant. Luis in de
Limburgse pels? Waar wij beslist geen respect voor kunnen opbrengen zijn lieden
die Veldeke - leden het imago toedichten van mensen die niet met open vizier
strijden. Als zo'n boutade dan ook nog ontsierd wordt door de aanduiding van de
vereniging Veldeke met de term 'dialect-Gestapo' is wat ons betreft de grens van
het betamelijke ver overschreden. Beseft deze heer Smeets wel waar hij het over
heeft? Van de 77-jarige verenigingsgeschiedenis maakt ook de periode van de
tweede wereldoorlog deel uit. Het bestuur van toen heeft zich ondubbelzinnig
uitgesproken over het regime van destijds. Dat beleid is voor de lezer en de
heer Smeets te vinden in de recente uitgave Mosaiek (p.63). Alleen als je je
buiten de (culturele) traditie plaatst, kun je je zo vergalopperen als de heer
Smeets op 15 februari in deze kolommen gedaan heeft. De toponiemenlijst is te
vinden op de website van Veldeke: www.veldeke.net
NvdR: het oorspronkelijk artikel van Wido Smeets staat in ons archief.
Nvdr: in dit debat kwamen bij de krant ook twee lezersbrieven binnen. Zie ons archief: lezer 1; lezer 2