19 02 2003 AGL was en IS niet
tevreden over de Limburgse dialect-enquête. Met reden. Na een stuntelige aanloop
werd met 6 maanden vertraging een onhandige rapportage in mekaar geknutseld. Dit
is het verhaal van een onderzoek dat een voorspelbare uitslag moest geven, die
uitslag niet gaf maar wel een resultaat opleverde: het bewijs van de uitdrukking
'een put graven voor een ander en er zelf in vallen'. Over deze enquête hebben
we ook een persbericht verspreid. (
zie ons
archief )
In ons archief staan ook de
eerste ongecorrigeerde
versie
van de rapportage en de tweede die op het provinciehuis
werd gecorrigeerd.
Geklungel en geknoei met de Limburg-enquête
Leve de Belgische slag!
Overheden hebben de neiging hun beleid te laten ondersteunen door adviezen waaraan ze enige objectieve waarachtigheid willen ontlenen. Enquêtes en opiniepeilingen behoren tot die stukken die met graagte door bewindslieden omarmd worden als naar ruggesteun of draagvlak voor beslissingen gezocht wordt.
Zo ook de 'Grote Limburg-enquête' die in 2001/2002 in Nederlands-Limburg gehouden werd. In zijn voorwoord bij de enquête kondigde clultuurgedeputeerde Martin Eurlings nog opgewekt aan dat deze 'wetenschappelijke studie' behulpzaam zou zijn bij het bepalen van het provinciaal beleid. (Zie ook ons archief waar de eerste versie de enquête staat.)
De enquête-story begon begin 2001 toen de nieuwe streektaalfunctionaris Dr. Pierre Bakkes het enquête-idee aandroeg bij de Raad voor het Limburgs (Raod veur 't Limburgs). De Belgisch-Limburger Rob Belemans had voor een lopende doctoraatsscriptie bij de Universiteit van Leuven een dergelijk onderzoek met een internet-enquête in Belgisch Limburg gedaan. (Dit onderzoek is nog niet gepubliceerd).
Bakkes zou de enquête aanpassen aan de Nederlandse situatie, maar plots stond in augustus 2001 een versie van de enquête op de website www.limburg.nl. inclusief de Belgicismen en andere slordigheden.
De kranten kregen er lucht van en gaven het nieuws. Een woordvoerder van de provincie haastte zich te verklaren dat het hier om een 'proefopstelling' ging. (zie in ons archief de artikelen uit Dagblad de Limburger en Limburgs Dagblad).
Nu zijn er veel plaatsen voor experimenten en proefopstellingen te bedenken, behalve het World Wide Web. En dat bleek: een massa Limburgers begon ijverig de vragen in te vullen maar anderen ergerden zich ook aan de nonchalance in het woordgebruik en die stuurden boze e-mails naar de provincie.
Met name het woord ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands), en de benaming 'Nationale Radio en Televisie' schoten in het verkeerde keelgat.
(De term ABN is twee decennia geleden door de Taalunie afgeschaft en ook in het meertalige en gefederaliseerde België bestaat al heel lang géén nationale radio of televisie meer, maar dit nieuws was om de een of andere reden nog niet doorgedrongen tot de universiteit van Leuven.)
Verder stoorden veel internet-bezoekers zich aan de kortzichtige insteek van de enquête, die speurde naar strikt plaatselijk dialectgebruik bij bakkers en slagers in dorpen waar deze middenstanders reeds lang verdwenen zijn, laat staan dat men met de neringhouder nog het specifieke dialect van het kerkdorp zou kunnen spreken.
Een proefopstelling uit de achterkamer
Ook was aan de Nederlandse versie van de enquête plots een intrigerend aanhangsel toegevoegd met o.m. de vraag of het Limburgs levend gehouden moest worden door een 'algemeen geschreven Limburgs in te stellen'. (Naar het alternatief, nl. de Veldeke-spelling voor 350 zogenaamd verschillende Limburgse dialecten werd niet gevraagd). Het geruisloze complot met het wetenschappelijke stuk werd later in een tweede versie -om Veldeke te plezieren- nog uitgebreid met de vraag of dat Algemeen Geschreven Limburgs dan ook in het onderwijs moest komen. Naar het alternatief, namelijk het plaatsgebonden dialectonderwijs waarvoor Veldeke de gehele provinciale subsidiepot van tonnen opeist, werd wijselijk niet gevraagd.
Op die manier verspreidde de provincie al twee versies van de enquête in haar zogenaamde 'proefopstelling', met een vraag die erin was gemoffeld om AGL een hak te zetten. De mensen die bij deze intrige betrokken zijn of ze geïnspireerd hebben weten zeer goed dat AGL faliekant tegen de 'instelling', oplegging of een andere vorm officialisering van een dialectschrijfwijze (ook het AGL) is. Ook de provincie moet dat weten want tijdens een interventie bij de cultuurcommissie van Provinciale Staten op 16 juni 2000 hebben zowel Wim Kuipers als Paul Prikken van AGL zich tegen provinciale dwang of autorisering uitgesproken omdat dit averechts werkt.
Lange tenen
Van Rob Belemans is bekend dat hij als Veldeke-lid een fervent tegenstander is van AGL. (zie ook ons archief 'Luchtfietserij...' en '"advies...").
Niet bekend was dat de Belgische onderzoeker lange tenen heeft en slecht kritiek kan velen als hij commentaar krijgt op zijn werkstuk.
Ook de werkgroep AGL publiceerde kanttekeningen bij deze enquête op deze website (zie ons archief) en AGL'er Paul Prikken schreef een ironische dialectcolumn in Dagblad de Limburger (zie ons archief).
De kritiek schoot bij Belemans in het verkeerde keelgat, maar in de plaats van inhoudelijk te reageren op de kritiek stuurde hij een brief op poten naar de voorzitter van de Raad voor het Limburgs. Belemans vond dat Paul Prikken, als lid van de Raad voor het Limburgs, officieel een reprimande moest krijgen omdat hij het gewaagd had opmerkingen te maken bij zijn enquête (de eerste of de tweede versie?) die toen nog steeds in 'proefopstelling' was, maar reeds door honderden mensen argeloos was ingevuld.
Koude voeten
Intussen begon de provincie ook koude voeten te krijgen van het enquête-gedoe en plots verhuisde de hele enquête geruisloos naar de website van de universiteit van Leuven. maar de fouten, de slordigheden en de gebrekkige vragen bleven erin staan. Pas in januari 2002 werden de ergerlijke fouten gerepareerd en kwam de derde (de enige goede en de enige die goedgekeurd werd door de Raad voor het Limburgs) op het web. Maar inmiddels had al ruim 60 % van de respondenten de enquête ingevuld.
Ondanks de manipulatie van de vraag over het AGL zag toch 33 procent van de Limburgers een toekomst voor het AGL, waaruit Rob Belemans concludeerde dat dit deel van de bevolking rijp was voor 'een dol idee'. Toen de provincie het eindverslag kreeg, greep ze in met Tippex en veranderde de interpretatie in: 'weinig steun voor een AGL'.
Volgens ons is dit evenmin een correcte weergave van de werkelijkheid. Wij kennen menige politieke partij die bij de aanstaande provinciale verkiezingen best 33 procent wil halen. Dan zal er geen sprake zijn van 'weinig steun' maar van een verpletterende overwinning en nog veel minder dan 'dolle' kiezers die zo achterlijk zijn geweest op die partij stemmen.
Het ontgaat ons wat de waarde is van een enquête die in drie verschillende versies is verspreid. Het ontgaat ons ook waarom een wetenschapper 33 procent van de deelnemers 'dolle ideeën' toedicht. Als studentengrap zou het nog door de beugel kunnen, maar hier gaat het om een studentengrap die met overheidsgeld is opgezet en voorzien is van een voorwoord van de gedeputeerde.
Het is bovendien een grove minachting van de respondenten die de moeite hebben genomen de enquête in te vullen en er hun tijd en telefoontikken (invullen duurde een kwartier) aan hebben besteed.
Nouja... als er drie versies van een 'objectieve' enquête onder het publiek worden verspreid, kunnen er ook twee versies van een objectief verslag bestaan. (Of misschien wel drie...) Moet toch kunnen? Vooral met de Belgische slag...
Redactie AGL