02 08 2001 Dagblad De Limburger
'Woordenboek Limburgse dialecten is schatkamer van ons taalerfgoed'
Door Guus Urlings
Pure geldverspilling, een onbruikbaar product. Dat is het oordeel van de Statenfractie Partij Nieuw Limburg (PNL) over het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (WLD). Herman Crompvoets uit Meijel, die zeventien jaar aan het woordenboek heeft meegewerkt, geeft tegengas. "Waar heeft die man het over?'
MEIJEL "Eigenlijk', zegt hij,
"Eigenlijk vind ik ook dat het karwei langzamerhand wel af had mogen zijn.'
Hij' is taalkundige Herman Crompvoets uit Meijel, het karwei' is het Woordenboek
van de Limburgse Dialecten (WLD) waaraan hij zeventien jaar heeft
(mee)gewerkt.
Maar dat is dan ook het enige punt van kritiek op zijn'
woordenboek waarin hij Fons Zinken, fractievoorzitter van de Partij Nieuw
Limburg (PNL) in Provinciale Staten, een beetje kan volgen.
In 1983 verscheen
de eerste WLD-aflevering van wat er uiteindelijk 37 moeten worden. Vorige week
rolde aflevering 22 van de pers. Terwijl Crompvoets zelf begin jaren negentig
een planning maakte die ervan uitging dat het WLD in het jaar 2000 gereed zou
komen. "Maar er ligt weer een aflevering bij de drukker, en het
basismateriaal voor de rest is nagenoeg compleet. In 2004 zou de zaak rond
moeten komen. Als alles goed gaat.'
Als alles goed gaat. Crompvoets: "Ik
denk dat veel mensen onderschatten hoeveel werk er in zo'n woordenboek zit.
Professor Weijnen, een van de grote gangmakers van het project, ging uit van een
maximum van honderd pagina's per medewerker per jaar. Maar er vielen tussentijds
steeds medewerkers weg, er waren problemen met de automatisering, noem maar op.
Het was vaak roeien met de riemen die we hadden. Als je dan ziet wat er nu op
tafel ligt en je vergelijkt het met andere woordenboekprojecten, dan springt het
WLD er bepaald niet slecht uit.'
Volgende vraag: is het WLD wat ervan
verwacht mocht worden? Het oordeel van Fons Zinken is een resoluut neen'. Het
WLD is, zegt Zinken, geldverspilling, voor de gemiddelde Limburger onbruikbaar
en ontoegankelijk, een uit de hand gelopen hobby van wetenschappers voor
wetenschappers. De woorden zijn niet, zoals in normale' woordenboeken,
alfabetisch gerangschikt, maar systematisch (per vakgebied: de taal van de
mijnwerker, de stroopstoker of de boer). Bovendien zijn alle dialectvarianten
fonetisch (in klankschrift) weergegeven, wat de leesbaarheid niet
bevordert.
"Waar heeft die man het over?', verzucht Crompvoets.
Inderdaad, het WLD is geen handwoordenboek van het Limburgs'. "Dat is ook
nooit de opzet geweest.' Het WLD is van meet af aan bedoeld om op een
wetenschappelijk verantwoorde manier de Limburgse dialecten in kaart te brengen.
"Meervoud', benadrukt Crompvoets.
"Het WLD is het basiskapitaal,
de schatkamer van ons taalerfgoed, zeg maar. Elke zichzelf respecterende
(streek)taal heeft recht op zo'n basiswerk. De provincie heeft er in de voorbije
decennia twee miljoen gulden ingestoken. Reken dat om op jaarbasis. Is dat
geldverspilling?'
Onbruikbaar? Het WLD zit een stap vóór het
publieks-handwoordenboek zoals Zinken dat voor ogen heeft. "Ik heb zelf een
Meijels woordenboek geschreven. Grotendeels op basis van de woordenlijsten die
tal van Limburgers ten behoeve van het WLD hebben ingevuld. In principe kun je
straks aan de hand van het WLD voor nagenoeg elke plaats in Limburg een eigen
handwoordenboek maken. Maar het biedt ook massa's materiaal voor verder
taalkundig, cultuurhistorisch en historisch onderzoek, voor verdere publicaties.
Dat is de waarde, de bruikbaarheid van het WLD.'
Het WLD ontoegankelijk?
Crompvoets: "Het is niet alfabetisch, dus je kunt niet snel even iets
opzoeken, hoor ik dan. Maar hoe toegankelijk is een alfabetisch woordenboek als
je bijvoorbeeld geïnteresseerd bent in de cultuurhistorie, de taal van de
mijnwerker? Als je wilt weten welke uitdrukkingen uit de koel in het hedendaagse
Limburgs, vaak in een andere context, nog steeds in zwang zijn? Dan zoek je je
wezenloos in een alfabetische lijst, waar de mijnwerkerstaal verstopt zit tussen
tienduizenden andere woorden. Het ligt er maar aan wat je wilt.'
En de voor
de leek bepaald niet gemakkelijke fonetische weergave van dialectwoorden?
"Dat is de zuiverste methode. Je geeft aan wat er is, hoe er gesproken
wordt. Daarna kun je discussiëren over de spelling, over hoe je die klanken
voor een breed publiek het beste op papier kunt zetten, bijvoorbeeld in een
handwoordenboek.' Maar dat is een andere discussie, vindt Crompvoets. "Wie
echt geïnteresseerd is in onze taal, is ook bereid de moeite te doen om het
WLD te lezen zoals het gelezen wil worden.'
donderdag, 02 augustus 2001