01 12 2000 Werkgroep AGL
Naar een echte Limburgse spelling (2)
Haagse Harrie mag 'hardop'
lezen
Limburgse Sjeng heeft er een hekel aan
Er werd in de werkgroep nogal wat gesoebat over de
schrijfwijze. Terecht.
In dialectkringen wordt vaak een Limburgse spelling
voorgestaan die zich zoveel mogelijk moet (wil) onderscheiden van het
Nederlands.
Dat is een begrijpelijk standpunt. Omdat de invloed van het
Nederlands groot is zie je vaak in de spelling van het dialect de twee uitersten, hypermodern of archaïsch:
1 Hypermodern
- een haast hypermoderne schrijfwijze die ingegeven is door misplaatste benauwdheid voor een Nederlands gespeld woord in een Limburgse tekst. Bijvoorbeeld: provinsie (provincie), plisie (politie), fraksie (fractie), Olland (Holland).
De woorden worden er niet 'Limburgser' op, alleen maar
moeilijker om te lezen.
2. Archaïsch
- sommige schrijvers voeren weer
de vooroorlogse spelling in (open lettergreep, of niet).
Bijvoorbeeld: sjuuve (schuiven), duuke (duiken), haamer (hamer), bloome
(bloemen), enz.
Wij schrijven sjuve, duke, hamer, blome. Want die uitspraak van die lange klinker wordt er niet langer op door
hem dubbel te schrijven.
Eenvoud versus 'hardop lezen'
Toch werd er binnen
de werkgroep eensgezindheid bereikt waarbij steeds het volgende principe werd
toegepast:
- een begrijpelijk
taalsysteem moet ook toegankelijk zijn voor mensen die deze taal niet van
kindsbeen af geleerd hebben. Een taal moet leesbaar zijn, maar ook
'onderwijsbaar' zijn. Dit wil zeggen dat iemand een taal moet kunnen LEREN,
zodat hij/zij ze lezen kan, en misschien ook wel spreken of schrijven
kan.
- breuk met
'hardop lezen'
Vele dialectboeken (bijvoorbeeld strips zoals 'Haagse Harrie' of Asterix- en Suske & Wiske-vertalingen van Veldeke) gaan uit van het principe 'hardop lezen'. De lezer herkent geen woordbeeld, maar kan door het stapvoets spellen van alle letters van de fonologische voorstelling zich toch een beeld vormen hoe het woord (ongeveer) uitgesproken wordt. Deze praktijk druist in tegen alle regels van de geschreven taalkunst, waarbij de geoefende lezer recht heeft op een herkenbaar woordbeeld in een herkenbaar zinsverband. Het is voor de werkgroep een raadsel waarom de vereniging Veldeke, die in haar rangen toch taalkundigen en neerlandici telt, nog steeds blijft vasthouden aan dit hinkelspel dat het absoluut onmogelijk maakt een Limburgse tekst in een normaal leestempo te lezen.
(p.p.)